Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:4010

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 maart 2025
Publicatiedatum
28 maart 2025
Zaaknummer
C/10/694644 / HA RK 25-155
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:302 BWArt. 261 lid 2 RvArt. 78 RvArt. 45 RvArt. 69 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verklaring erfgenaamschap afgewezen wegens onjuiste procesvorm

Op 9 oktober 2024 overleed mevrouw de overledene in de gemeente Nissewaard. Verzoeker, haar partner, verzocht de rechtbank om een verklaring voor recht dat hij de enig erfgenaam is op grond van samenwoning en het testament.

De rechtbank constateerde dat verzoeker het verkeerde processtuk gebruikte door een verzoekschrift in te dienen, terwijl een verklaring voor recht volgens artikel 3:302 BW Pro via een dagvaardingsprocedure moet worden gevorderd. Daarom werd verzoeker in de gelegenheid gesteld de belanghebbenden alsnog te dagvaarden.

De procedure wordt voortgezet als dagvaardingsprocedure, waarbij verzoeker zijn stellingen kan aanpassen aan de toepasselijke procesregels. Indien verzoeker niet tijdig oproepingsexploot indient, wordt hij niet-ontvankelijk verklaard en volgt geen inhoudelijke beoordeling.

De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar de rolzitting van 9 april 2025.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard tenzij hij belanghebbenden dagvaardt volgens de juiste procedure.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/694644 / HA RK 25-155
Beschikking van 6 maart 2025
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te Spijkenisse,
verzoeker,
advocaat mr. L.E.M. de Vries-Blom te Delft.
Belanghebbenden:
1.
[belanghebbende 1],
wonende te Breda,
2.
[belanghebbende 2],
wonende te Delft,
3.
[belanghebbende 3],
wonende te Uitgeest,
4.
[belanghebbende 4],
wonende te De Cocksdorp.

1.Het procesverloop

1.1.
Op 12 februari 2025 is bij de afdeling kanton van deze rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoeker ex artikel 3:302 BW Pro. De afdeling kanton heeft het verzoek in overleg met de advocaat van verzoeker op 17 februari 2025 intern doorgestuurd naar de rechtbank.

2.De beoordeling

2.1.
Op 9 oktober 2024 is in de gemeente Nissewaard overleden mevrouw [naam overledene] (hierna: de overledene). De laatste woonplaats van de overledene was Spijkenisse.
2.2.
Verzoeker verzoekt om voor recht te verklaren dat het testament van de overledene zo moet worden begrepen dat verzoeker ten tijde van het overlijden van de overledene, zijnde zijn partner, met haar samenwoonde en derhalve haar enig erfgenaam is, kosten rechtens.
2.3.
Verzoeker heeft een verkeerd processtuk gebruikt. Op grond van artikel 261 lid 2 Rv Pro worden gedingen namelijk slechts aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift, als dit uit de wet voortvloeit. Uit de wet vloeit niet voort dat een zaak ter verkrijging van een verklaring voor recht met een verzoekschrift moet worden ingeleid. In artikel 3:302 BW Pro staat dat de rechter
op vordering vaneen bij een rechtsverhouding betrokken persoon een verklaring van recht omtrent die rechtsverhouding uit. Verzoeker had het geding dus moeten inleiden door middel van het uitbrengen van een dagvaarding (artikel 78 Rv Pro).
2.4.
De rechtbank stelt verzoeker in de gelegenheid om de belanghebbenden alsnog met een exploot door de deurwaarder te laten oproepen (artikel 45 Rv Pro). Ook bepaalt de rechtbank dat de procedure wordt voorgezet als dagvaardingsprocedure. Verzoeker mag zijn stellingen aanpassen aan de regels die gelden voor die procedure (artikel 69 Rv Pro).
2.5.
Als de rechtbank op de datum die onder de beslissing staat geen oproepingsexploot van verzoeker heeft ontvangen, wordt verzoeker niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. De zaak wordt dan niet inhoudelijk beoordeeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
woensdag 9 april 2025waarvoor verzoeker de belanghebbenden met een exploot moet oproepen;
3.2.
bepaalt dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure en stelt verzoeker daarbij in de gelegenheid zijn stellingen zo nodig aan de op de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2025.
3120