Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 maart 2025 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [plaats 1] , verzoekers
[vergunninghouder]uit [plaats 2] (vergunninghouder).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorne aan Zee heeft verleend aan een vergunninghouder voor het realiseren van twee tiny houses op agrarische grond nabij hun bedrijf. De vergunning is verleend met toepassing van de kruimelregeling, ondanks dat de tiny houses in strijd zijn met het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter overweegt dat de aanvraag vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend, zodat het oude recht van toepassing blijft. De tiny houses zijn tijdelijk toegestaan voor vijf jaar en voldoen aan de voorwaarden van artikel 4, onderdeel 11, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. De geurbelasting blijft onder de norm, waardoor het woon- en leefklimaat acceptabel is.
Verzoekers betogen dat de tiny houses de uitbreidingsmogelijkheden van hun agrarisch bedrijf beperken en tot juridische conflicten kunnen leiden. De voorzieningenrechter stelt echter vast dat de tiny houses op de vergunningstekening duidelijk zijn gepositioneerd en dat de nabijheid van een andere woning bepalender is voor de uitbreidingsmogelijkheden. De geurbelasting blijft binnen de norm, zodat geen nieuwe belemmeringen voor de bedrijfsvoering ontstaan.
Gezien deze overwegingen zal het bestreden besluit naar verwachting in stand blijven, en is er geen reden voor een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor twee tiny houses wordt afgewezen.