Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder parketnummer 10-287831-21 onder 2 primair ten laste gelegde (poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] );
- bewezenverklaring van het onder parketnummer 10-287831-21 onder 1 primair ten laste gelegde (poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 2] ) en het onder 2 subsidiair ten laste gelegde (mishandeling van [slachtoffer 1] );
- bewezenverklaring van het onder parketnummer 10-221467-20 ten laste gelegde (het voorhanden hebben van een vuurwapen);
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor een duur van zeven dagen met aftrek, zijnde een straf gelijk aan de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht,
- alsmede een taakstraf voor de duur van 150 uur, subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis.
4.Ontvankelijkheid officier van justitie
welontvankelijk is in de vervolging in de strafzaak met parketnummer 10-287831-21. De overschrijding van de redelijke termijn is in die strafzaak niet dusdanig dat niet kan worden volstaan met een andere sanctie dan de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie.
5.Waardering van het bewijs in de zaak met parketnummer 10-287831-21
1.
2..
6.Strafbaarheid feiten
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straffen
9.Vordering benadeelde partij
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) dagen;
taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
30 (dertig) dagen;
[slachtoffer 2], te betalen een bedrag van
€ 999,65 (zegge: negenhonderdnegenennegentig euro en vijfenzestig cent), bestaande uit € 499,65 aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 25 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[slachtoffer 2]te betalen
€ 999,65(hoofdsom,
zegge: negenhonderdnegenennegentig euro en vijfenzestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
19 dagen;
1
2.
een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie Pro III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk Walther, type P99 met kaliber .380 auto en/of
(voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van art. 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet, van de categorie III, te weten
voorhanden heeft gehad.