ECLI:NL:RBROT:2025:410

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 januari 2025
Publicatiedatum
14 januari 2025
Zaaknummer
11150195 CV EXPL 24-14654
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 RvArt. 238 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens ontbreken bewijs afspraak kapitaalverzekering

In deze civiele procedure stond centraal de vraag of gedaagde aan eiser een bedrag van € 3.860,- met rente en buitengerechtelijke kosten moest betalen op grond van een vermeende afspraak over de verdeling van de waarde van een kapitaalverzekering.

Eiser stelde dat partijen waren overeengekomen dat gedaagde de helft van de uitgekeerde waarde aan hem zou betalen. Gedaagde betwistte het bestaan van deze afspraak. De kantonrechter oordeelde in een tussenvonnis dat het bestaan van de afspraak niet vaststond en dat de bewijslast hiervoor bij eiser lag. Eiser werd in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt en ook niet gereageerd op het tussenvonnis.

Gezien het ontbreken van bewijs kon niet worden vastgesteld dat de afspraak bestond. Daarom wees de kantonrechter de vordering van eiser af, inclusief de vorderingen tot betaling van rente en buitengerechtelijke kosten. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 50,- ten gunste van gedaagde.

Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen wegens het ontbreken van bewijs voor de afspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11150195 CV EXPL 24-14654
datum uitspraak: 10 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: [woonplaats 1],
eiser,
die tot 19 september 2024 is bijgestaan door mr. M. Leung en daarna zelf procedeert,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats 2],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het tussenvonnis van 1 november 2024 en de daarin genoemde stukken.
1.2.
[eiser] heeft, hoewel hij daartoe op de juiste wijze in de gelegenheid is gesteld, niet meer gereageerd op het tussenvonnis en heeft ook geen uitstel gevraagd.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Centraal staat de vraag of [gedaagde] een bedrag van € 3.860,- met rente en buitengerechtelijke kosten aan [eiser] moet betalen. Volgens [eiser] moet [gedaagde] dat bedrag betalen omdat zij hebben afgesproken dat [gedaagde] de helft van de uitgekeerde waarde van de door [gedaagde] afgesloten kapitaalverzekering aan [eiser] zou betalen. [gedaagde] heeft het bestaan van die afspraak betwist.
2.2.
In het tussenvonnis van 1 november 2024 is geoordeeld dat de afspraak, waar [eiser] zijn eis op baseert, vooralsnog niet vast staat en dat de bewijslast van het bestaan van die afspraak op [eiser] rust. De kantonrechter heeft [eiser] in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren.
[eiser] heeft geen bewijs geleverd
2.3.
[eiser] heeft niet meer op het tussenvonnis gereageerd. Dat betekent dat hij geen bewijs heeft geleverd van het bestaan van de door hem gestelde afspraak. Dat leidt tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat [eiser] en [gedaagde] met elkaar hebben afgesproken dat [gedaagde] de helft van de uitgekeerde waarde van de kapitaalverzekering aan [eiser] zou betalen.
De eisen van [eiser] worden afgewezen
2.4.
Omdat de afspraak, waarop [eiser] zijn eis baseert, niet is komen vast te staan, bestaat er geen aanleiding [gedaagde] te veroordelen een bedrag van € 3.860,- te betalen. Daarom wordt die eis van [eiser] afgewezen. Dat geldt ook voor de daaraan gekoppelde eis van [eiser] om [gedaagde] te veroordelen om rente en buitengerechtelijke kosten te betalen.
[eiser] moet de proceskosten betalen
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van [eiser], omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Doelahkasa aan [gedaagde] moet betalen op € 50,- aan onkosten (artikel 238 lid 1 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de eis van [eiser] af;
3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
44487