Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- partiële vrijspraak voor het onder parketnummer 10.223566.24 onder 2 ten laste gelegde van de trap duwen van de aangever [slachtoffer 1] (eerste gedachtestreepje);
- bewezenverklaring van het onder parketnummer 10.223566.24 onder 1, 2 (tweede gedachtestreepje) en 3, en onder parketnummer 10.172842.24 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest;
- primair oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met verpleging van overheidswege en oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voor de duur van 3 jaar, met vervangende hechtenis van een week per overtreding met een maximale duur van 6 maanden, inhoudende een contactverbod met de aangever, met dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregelen;
- subsidiair toewijzing van de vordering tot het verlenen van een zorgmachtiging in het kader van artikel 2.3 Wet forensische zorg (hierna: Wfz), verzocht in een afzonderlijke maar gelijktijdig behandelde verzoekschriftprocedure en oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr voor de duur van 3 jaar, met vervangende hechtenis van een week per overtreding met een maximale duur van 6 maanden, inhoudende een contactverbod met de aangever en locatieverbod voor het woonadres van de aangever, met dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en oplegging maatregelen en zorgmachtiging
- een gebiedsgebod voor de straat [straatnaam] , [postcode 2] te [plaats 2] ; en
- een contactverbod met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1946 te [geboorteplaats 2] ( [geboorteland 2] ).
8.Vorderingen benadeelde partijen/schadevergoedingsmaatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden;
de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
€ 1.250,- (zegge: duizend tweehonderdvijftig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 1] te betalen
€ 1.250,-(hoofdsom,
zegge: duizend tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.250,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
22 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 76,93 (zegge: zesenzeventig euro en drieënnegentig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van Nationale Politie Eenheid Rotterdam te betalen
€ 76,93(hoofdsom,
zegge: zesenzeventig euro en drieënnegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 76,93 niet mogelijk blijkt,
gijzeling kan worden toegepast voor de duur van
1 dag; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;