Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:4253

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 maart 2025
Publicatiedatum
7 april 2025
Zaaknummer
FT RK 24-1490
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Faillissementswet artikel 284Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsaneringECLI:NL:HR:2024:1913
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum

Mevrouw verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek behandeld op 21 februari 2025 en beoordeelt of zij voldoet aan de voorwaarden voor toelating, waaronder te goeder trouw zijn en de verwachting dat zij aan de verplichtingen zal voldoen.

De rechtbank constateert dat verzoekster voldoet aan alle eisen en benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris voor toezicht. Tijdens het voorafgaande schuldhulpverleningstraject van vijf maanden is niet volledig gespaard voor schuldeisers vanwege beslag op haar inkomsten door één schuldeiser. Dit wordt echter niet aan haar toegerekend.

De rechtbank berekent dat verzoekster na saldering één maand heeft voldaan aan de aflossingsverplichting volgens het vrij te laten bedrag (vtlb) en dat zij vanwege arbeidsongeschiktheid niet hoefde te solliciteren, waardoor zij aan de inspanningsverplichting voldeed. Daarom wordt een eerdere ingangsdatum van 7 februari 2025 vastgesteld. De WSNP duurt dan tot 7 augustus 2026.

De rechtbank draagt de bewindvoerder op de post van verzoekster in te zien en stelt een voorschot op vergoeding van de bewindvoerder vast. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de WSNP met een eerdere ingangsdatum van 7 februari 2025.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: C/10/25/71 R
vonnis van:
7 maart 2025
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 21 februari 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [verzoekster] ,
- mevrouw [persoon A] en de heer [persoon B] , schuldhulpverleners van de gemeente Hoeksche Waard,
- de heer G. Mies, beschermingsbewindvoerder,
- de heer [persoon C] , partner van mevrouw [verzoekster] .
1.3.
Schuldhulpverlening heeft op 24 februari 2024 aanvullende stukken aan de rechtbank overgelegd.

2.De beoordeling van het verzoek

De toelating

2.1.
Mevrouw [verzoekster] kan worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.2.
Mevrouw [verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
Verplichtingen
2.3.
De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de WSNP moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert of de verplichtingen worden nagekomen. Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
2.4.
Als mevrouw [verzoekster] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen.
Postblokkade
2.5.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [verzoekster] .
Bevoegdheid rechtbank
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [verzoekster] in Nederland ligt.
De ingangsdatum
2.7.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan.
2.8.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden (36 uur per week) of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.9.
De rechtbank stelt vast dat gedurende het voorafgaande schuldhulpverleningstraject – dat wil in het geval van mevrouw [verzoekster] zeggen een periode van vijf maanden – niet is gespaard voor de (gezamenlijke) schuldeisers, omdat er beslag lag van één schuldeiser op de inkomsten van mevrouw [verzoekster] . Daardoor is gedurende die vijf maanden een deel van de inkomsten alleen betaald aan deze schuldeiser. Gedurende de maanden dat er beslag lag, is aan die verplichting om te sparen voor de gezamenlijke schuldeisers dus niet voldaan. De rechtbank is van oordeel dat die omstandigheid niet aan mevrouw [verzoekster] is toe te rekenen. De rechtbank verwijst daarbij naar het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913), rechtsoverweging 3.11.3.
2.10.
Mevrouw [verzoekster] heeft in de vijf maanden voorafgaand aan de datum van dit vonnis onder het beslag een bedrag van € 299,07 afgedragen. Mevrouw [verzoekster] had in die periode conform de overgelegde VTLB berekeningen een bedrag van € 932,14 kunnen sparen voor haar gezamenlijke schuldeisers. De rechtbank komt dan tot de volgende rekensom:
- € 932,14 / 5 maanden = € 186,43 is het bedrag dat per maand had kunnen worden gespaard;
- er is in die vijf maanden € 299,07 afgedragen onder het beslag;
- dit betekent – na saldering – dat er (afgerond) één maand is voldaan aan de afdrachtverplichting (€ 299,07 / € 186,43 = 1,60 maand).
2.11.
Daarnaast geldt in genoemde periode dat mevrouw [verzoekster] een WAO-uitkering heeft ontvangen vanwege arbeidsongeschiktheid. Zij heeft hierdoor voldaan aan de inspanningsverplichting.
2.12.
De rechtbank komt tot de conclusie dat een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald. Mevrouw [verzoekster] heeft immers – na saldering – één maand voldaan aan de verplichtingen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject om maximaal af te lossen volgens het vtlb en zij heeft ook voldaan aan de inspanningsverplichting want zij hoefde niet te solliciteren.
2.13.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank de ingangsdatum vast op 7 februari 2025.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] -1972 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.P.T. Pot
en tot bewindvoerder M. Zomerdijk,
gevestigd te Postbus 81145,
3009 GC Rotterdam;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 7 februari 2025 en de einddatum op 7 augustus 2026;
- draagt de bewindvoerder op de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1/18e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. B.A. Cnossen, rechter, in samenwerking met S.R.L.T. Peek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2025. [1]