Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 15 februari 2024;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [persoon A] .
2.De vaststaande feiten
- de man zal de minderjarige bij zich hebben een weekend per twee weken van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur;
- een verdeling van de feestdagen met in de even jaren eerste kerstdag bij de vrouw en tweede kerstdag bij de man, alsmede 31 december bij de vrouw en 1 januari van 12.00 uur bij de man en in de oneven jaren andersom;
- en (vanaf het moment dat de minderjarige naar de basisschool gaat) een verdeling van de schoolvakanties bij helfte in onderling overleg nader af te spreken.
3.De beoordeling
4.De beslissing
- in de zomervakantie drie weken aaneengesloten bij de man waarbij ouders om het jaar de eerste keus hebben tussen de eerste drie weken van de zomervakantie of de laatste drie weken. De man heeft de eerste keus in de even jaren en de vrouw in de oneven jaren;
- in de herfstvakantie in de even jaren bij de man;
- in de kerstvakantie: in de even jaren de eerste week bij de man en in de oneven jaren de tweede week bij de man;
- in de krokusvakantie: in de oneven jaren bij de man;
- in de meivakantie: in de even jaren de eerste week bij de man en in de oneven jaren de tweede week;
- op Goede Vrijdag/Pasen/Hemelvaartsdag/Pinksteren: bij de ouder waar de minderjarige het aansluitende weekend zal zijn;
- Koningsdag: in de even jaren bij de man;
- Vaderdag: bij de man;
- Moederdag: bij de vrouw;
- op de verjaardag van de minderjarige in de even jaren bij de man, inclusief overnachting;
- de verjaardagen van zijn ouders: overdag bij de jarige ouder;