Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- C. Sneepels, werkzaam bij Geldplein (voorheen de Kredietbank Rotterdam), schuldhulpverlening;
- A.D.V. Martina, werkzaam bij Stichting Woonstad Rotterdam, verweerster.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft op 3 maart 2025 een verzoek ingediend op grond van artikel 287b van de Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 28 juli 2023 en stond gepland voor 4 maart 2025. Verzoekster wil haar schuldenproblematiek oplossen via schuldhulpverlening en budgetbeheer, dat per april 2025 zal starten.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de geplande ontruiming en weegt het belang van verzoekster om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Gezien de tijdige betaling van de huur van maart 2025 en de zekerheid dat de lopende termijnen zullen worden voldaan, weegt het belang van verzoekster zwaarder.
De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens verklaart zij verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, met de mogelijkheid tot een nieuw verzoek in de toekomst.
De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van het moratorium en schuldhulpverlening dient uiterlijk twee weken voor afloop van de voorziening verslag uit te brengen. De uitspraak is gedaan door rechter B.J. Tideman op 20 maart 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.