Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:4268

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 maart 2025
Publicatiedatum
7 april 2025
Zaaknummer
FT RK 25-277
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848FaillissementswetBesluit vergoeding bewindvoerder schuldsaneringArtikel 2 Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks gokverslaving

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. Hoewel de schuldenaar schulden had laten ontstaan die niet te goeder trouw waren, met name een schuld aan de verhuurder, werd het verzoek toch toegewezen omdat de schuldenaar zijn gokverslaving onder controle had gekregen en een saneringsgezinde houding toonde.

De rechtbank benadrukte dat toelating tot de WSNP vereist dat de schuldenaar te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden en dat hij de verplichtingen van de regeling zal nakomen. De verslaving was bepalend voor het ontstaan van de schulden, maar de schuldenaar erkende zijn fouten en had hulp gezocht, waardoor vertrouwen bestond in het nakomen van de verplichtingen.

Het verzoek om een eerdere ingangsdatum van de WSNP werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat de schuldenaar tijdens het voorafgaande schuldhulpverleningstraject voldoende had afgelost en aan de voorwaarden had voldaan. De rechtbank stelde de ingangsdatum vast op de datum van het vonnis, 20 maart 2025, met een einddatum van 20 september 2026.

Tot slot werd een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op het traject en een rechter-commissaris aangesteld. De bewindvoerder krijgt een voorschot op zijn vergoeding zolang de boedel toereikend is.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen met ingangsdatum 20 maart 2025; verzoek eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
20 maart 2025
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres],
[postcode] [woonplaats].
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 12 maart 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoeker],
- de heer M.M. Draër, werkzaam bij Geldplein (voorheen de Kredietbank Rotterdam), schuldhulpverlening.

2.De beoordeling van het verzoek

De bevoegdheid

2.1.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.
De toelating
2.2.
[verzoeker] kan worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.3.
[verzoeker] heeft schulden laten ontstaan die naar hun aard niet te goeder trouw zijn ontstaan, althans onbetaald zijn gelaten, en staan in beginsel aan toelating in de weg. De rechtbank heeft hierbij in het bijzonder gekeken naar de recente schuld aan de verhuurder, Sipkema Beheer B.V.
2.4.
Ondanks het ontbreken van goede trouw, kan een verzoek wel worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat [verzoeker] de omstandigheden, die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van de schulden, onder controle heeft gekregen.
2.5.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert of de verplichtingen worden nagekomen. Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
2.6.
Als [verzoeker] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brnegt, eindgt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen.
2.7.
In de eerste maanden van het traject geldt een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoeker].
2.8.
Bij de beoordeling of [verzoeker] de omstandigheden, die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van de schulden, onder controle heeft gekregen en of hij de uit de WSNP voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal kunnen nakomen, heeft de rechtbank in het bijzonder gekeken naar de (online) (gok)verslaving van [verzoeker]. De rechtbank is van oordeel dat van een dergelijke situatie sprake is. [verzoeker] was verslaafd aan (online) gokken. Mede daardoor is de schuldenlast verder opgelopen. [verzoeker] erkent zijn fouten en is ervan doordrongen dat het zijn verantwoordelijkheid is om geen nieuwe schulden te maken. Daarnaast heeft hij hulp gezocht voor zijn verslaving en heeft hij zijn verslaving thans onder controle. Hiermee heeft [verzoeker] blijk gegeven van een saneringsgezinde houding. Bij de rechtbank is dan ook het vertrouwen ontstaan dat [verzoeker] de uit de WSNP voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen.
2.9.
[verzoeker] wordt daarom toegelaten tot de WSNP.
De ingangsdatum
2.10.
Het WSNP-traject duurt in principe 18 maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan.
2.12.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.13.
De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.
2.12.
De rechtbank komt dus tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum]-1967 te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [postcode] [woonplaats];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken
en tot bewindvoerder E.A. de Snoo,
gevestigd te [postadres]
;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 20 maart 2025 en de einddatum op 20 september 2026;
- draagt de bewindvoerder op om de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1
/19edeel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. B.J. Tideman, rechter, in samenwerking met mr. C. Hulsegge, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025. [1]