Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
19 maart 2025
Rechtbank Rotterdam
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie en verzoekt toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank stelt vast dat zij niet te goeder trouw was bij het ontstaan van een schuld bij de Belastingdienst en kinderopvang, omdat zij ontvangen toeslag gebruikte voor verhuis- en inrichtingskosten.
Ondanks het ontbreken van goede trouw past de rechtbank de hardheidsclausule toe en verleent toelating omdat mevrouw [verzoekster] inmiddels haar financiële situatie onder controle heeft en een positieve wending heeft genomen, onder meer door budgetbeheer en aanmelding bij het wijkteam.
Het verzoek om de ingangsdatum van de WSNP met tien maanden te vervroegen wordt afgewezen omdat mevrouw [verzoekster] niet heeft voldaan aan de inspanningsverplichting; zij werkte niet fulltime en solliciteerde niet, terwijl hiervoor geen ontheffing was verleend.
De rechtbank benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris, stelt de ingangsdatum vast op 19 maart 2025 en benadrukt dat bij volledige naleving van verplichtingen het traject eindigt met een schone lei voor schuldenaar.
Uitkomst: Verzoek tot toelating WSNP toegewezen, verzoek eerdere ingangsdatum afgewezen wegens niet voldoen aan inspanningsplicht.