De rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van het afleveren, verstrekken en vervoeren van ruim 30 kilogram MDMA. De feiten vonden plaats op 1 oktober 2024 in Rotterdam, waarbij verdachte samen met anderen de drugs in ontvangst nam, overpakte en aan Franse mededaders verstrekte.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een belangrijke rol had in het criminele circuit, onder meer door het beheer van een woning waar de drugs werden overgedragen en het onderhouden van contacten met de Franse mededaders. De ernst van het feit, de schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en de ondermijning van de samenleving werden zwaar meegewogen.
Hoewel verdachte eerder veroordeeld was voor soortgelijke feiten, werd dit niet als recidive in de zin van de wet aangemerkt. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, lager dan de eis van zes jaar, mede vanwege de aard van de drugs (MDMA-pillen) en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die na detentie weer kan terugkeren in zijn baan.
De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf. Verdachte is vrijgesproken van hetgeen meer of anders ten laste is gelegd dan bewezen verklaard. Het vonnis is gewezen door drie rechters en uitgesproken in een openbare terechtzitting.