ECLI:NL:RBROT:2025:4391
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aanvulling op ZW-uitkering op grond van BWNU 2013 artikel 6
Eiser was van 2011 tot 2013 in dienst bij verweerder en ontving aansluitend een Ziektewetuitkering (ZW) en aanvullende BWNU-uitkering. Na diverse periodes van WW- en ZW-uitkeringen, ontving eiser vanaf 23 augustus 2018 een ZW-uitkering zonder recht op WW-uitkering. Verweerder weigerde een aanvullende BWNU-uitkering vanaf die datum.
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen en het inhoudelijke besluit. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk vanwege het alsnog genomen besluit en wees het beroep tegen het inhoudelijke besluit ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het recht op BWNU-uitkering gekoppeld is aan een bestaand recht op WW-uitkering, dat op 23 augustus 2018 was geëindigd.
Het beroep op de hardheidsclausule werd afgewezen omdat deze alleen ziet op overgangssituaties van WNU naar WW en ZW, en niet op de situatie van eiser. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het inhoudelijke besluit ongegrond verklaard.