De huurder is sinds maart 2016 woonachtig in een woning van Woonbron en is op 12 december 2023 failliet verklaard. Na het faillissement ontstond een huurachterstand die door zowel de huurder als de curator werd erkend. Woonbron vorderde betaling van de huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand ernstig was en inmiddels meer dan zes maanden bedroeg. Ondanks persoonlijke en financiële omstandigheden van de huurder, die niet aan Woonbron konden worden tegengeworpen, was voortzetting van de huurovereenkomst niet redelijk. Het belang van Woonbron om over de woning te beschikken woog zwaarder dan het belang van de huurder en zijn minderjarige kind om te blijven wonen.
De curator werd veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van € 5.250,12 en een gebruiksvergoeding vanaf februari 2025 tot ontruiming. De huurovereenkomst werd ontbonden en ontruiming binnen veertien dagen bevolen. Tevens werden de curator en huurder hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.