Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 december 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de conclusie van repliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Gedaagde heeft een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten met DSW en is gehouden tot maandelijkse premiebetaling. DSW vordert betaling van een achterstand van €488,43 inclusief rente en kosten, alsmede proceskosten. Gedaagde stelt dat zij de achterstand heeft voldaan en dat de betalingsregeling ten onrechte is beëindigd.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd dat alle premies zijn betaald en dat de betalingsregeling terecht is beëindigd wegens te late betalingen in juli en augustus 2024. Gedaagde moet daarom nog een bedrag van €264,50 aan achterstallige premie voldoen.
De gevorderde incassokosten worden deels toegewezen: €112,99 is toewijsbaar, terwijl een deel wordt afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke aanzegvereisten. Daarnaast wordt de wettelijke rente over de openstaande hoofdsom toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €477,38. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een deel van de achterstallige premie, incassokosten en proceskosten, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.