Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde, te weten het overtreden van de artikelen 6 en 5a van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW);
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 160 uren met aftrek, te vervangen door 80 dagen vervangende hechtenis alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 360 dagen met aftrek, waarvan 181 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
4.Waardering van het bewijs
De verkeersregels
in ernstige mateschenden van verkeersregels. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van roekeloosheid in de hierboven geschetste zin, zodat een verdere bespreking van de onder (c) en (d) genoemde bestanddelen achterwege zal blijven.
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
74 (vierenzeventig) urente verrichten taakstraf resteert;
37 (zevenendertig) dagen;
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
181 (honderdeenentachtig) dagen;