ECLI:NL:RBROT:2025:4562

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 april 2025
Publicatiedatum
15 april 2025
Zaaknummer
C/10/686884 / HA RK 24-919
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 985 RvArt. 270 RvArt. 2 verdrag Nederland-SurinameArt. 3 verdrag Nederland-SurinameArt. 4 verdrag Nederland-Suriname
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot tenuitvoerlegging van buitenlands vonnis uit Suriname

De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot verlof tot tenuitvoerlegging van een vonnis van de kantonrechter in het Eerste kanton in Suriname, gewezen op 6 januari 2020. Verzoekers, woonachtig in het buitenland, vorderden de tenuitvoerlegging omdat belanghebbenden tot op heden niet aan de veroordelingen uit het vonnis hadden voldaan.

De rechtbank stelde vast dat zij relatief bevoegd was om van het verzoek kennis te nemen, aangezien de belanghebbenden woonplaats hebben in het arrondissement Rotterdam. Het verzoek tot tenuitvoerlegging werd beoordeeld aan de hand van het verdrag tussen Nederland en Suriname betreffende wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in burgerlijke zaken.

De rechtbank concludeerde dat geen bepalingen uit het verdrag de verlening van het verlof in de weg stonden. Daarom werd het verlof verleend en werden de belanghebbenden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekers, begroot op €1.872,73. Tevens werd de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Verlof tot tenuitvoerlegging van het Surinaamse vonnis wordt verleend en belanghebbenden worden veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/686884 / HA RK 24-919
Beschikking van 10 april 2025
in de zaak van

1.[verzoeker sub 1] ,

wonend in [plaats 1] ( [land] ),
2.
[verzoeker sub 2],
wonend in [plaats 1] ( [land] ),
verzoekers,
advocaat mr. B. Molenaar te Wijchen
en

1.[belanghebbende sub 1] ,

wonend in [plaats 2] ,
2.
[belanghebbende sub 2],
wonend in [plaats 2] ,
belanghebbenden,
niet verschenen.
Partijen worden hierna [verzoekers c.s.] en [belanghebbenden c.s.] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met producties, dat bij de rechtbank is binnengekomen op 26 september 2024;
  • de aanvullende producties van [verzoekers c.s.] ;
  • de mondelinge behandeling van 6 maart 2025. Tijdens de mondelinge behandeling is mr. Molenaar verschenen. [belanghebbenden c.s.] zijn, hoewel deugdelijk opgeroepen bij exploot van 24 februari 2025, niet verschenen.

2.De beoordeling

2.1.
Het gaat in deze zaak om een verzoek tot het verkrijgen van verlof tot tenuitvoerlegging van het vonnis van 6 januari 2020 van de kantonrechter in het Eerste kanton in Suriname met [zaaknummer] (hierna: het vonnis), met veroordeling van [belanghebbenden c.s.] in de proceskosten. [verzoekers c.s.] leggen aan het verzoek ten grondslag de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de wederzijdse erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akten in burgerlijke zaken (hierna: het verdrag).
[verzoekers c.s.] wensen het vonnis in Nederland ten uitvoer te leggen, omdat [belanghebbenden c.s.] tot nu toe niet aan de veroordelingen in het vonnis hebben voldaan.
2.2.
Artikel 985 Rv Pro bepaalt dat, wanneer een beslissing – gegeven door de rechter van een vreemde Staat – in Nederland uitvoerbaar is krachtens een verdrag, deze beslissing pas ten uitvoer kan worden gelegd na daartoe verkregen rechterlijk verlof. Daarbij wordt de zaak zelf niet aan een nieuw onderzoek onderworpen.
2.3.
Op grond van artikel 270 Rv Pro moet de rechter ambtshalve toetsen of zij relatief bevoegd is om van een verzoekschrift kennis te nemen. Artikel 985 Rv Pro bepaalt dat tot de kennisneming van het verzoek tot verlening van het verlof is bevoegd onder meer de rechtbank van het arrondissement waar de verweerders woonplaats hebben. [belanghebbenden c.s.] hebben woonplaats in het arrondissement van deze rechtbank ( [plaats 2] ), zodat deze rechtbank relatief bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
2.4.
Op dit verzoek is van toepassing het verdrag, waarbij Nederland en Suriname partij zijn.
2.5.
Niet is gebleken dat de bepalingen uit het verdrag (met name artikelen 2, 3 en 4) in de weg staan aan verlening van het verzochte verlof, zodat dit wordt verleend.
2.6.
[belanghebbenden c.s.] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verzoekers c.s.] worden begroot op:
- explootkosten € 146,73
- griffierecht € 320,00
- salaris advocaat € 1.228,00 (2 punten x tarief € 614,00)
- nakosten
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.872,73

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verleent verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van het op 6 januari 2020 door de kantonrechter in het Eerste kanton in Suriname gewezen vonnis met [zaaknummer]
[zaaknummer] ;
3.2.
veroordeelt [belanghebbenden c.s.] in de proceskosten van [verzoekers c.s.] , tot vandaag begroot op € 1.872,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [belanghebbenden c.s.] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en de beschikking daarna wordt betekend, dan moeten [belanghebbenden c.s.] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
3.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2025.
3894/2009