Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, alsmede een beroepsverbod inhoudende een verbod tot het uitoefenen van enig beroep in de zorgverlening, financiële verantwoording van zorg daaronder begrepen, voor de duur van 5 jaar.
4.Ontvankelijkheid officier van justitie
5.Waardering van het bewijs
Overwegingen vooraf
Met mijn moeder en [voornaam medeverdachte 1] (rb: [medeverdachte 1] ) ben ik naar de notaris geweest. Daar zijn de statuten besproken. Ik dacht dat er een bepaalde controle moest zijn. Ik zag dit voor me met mijn moeder. [8] (…)
In de statuten staat dat er meerdere bestuurders moeten zijn. Ik heb u net uitgelegd waarom ik dit samen met mijn moeder wilde doen. [voornaam medeverdachte 1] heeft tegen mij gezegd dat ik met een volmacht alles kon doen in de alledaagse praktijk van de stichting. [9] Volgens [medeverdachte 1] heeft hij ook meerdere malen tegen [verdachte] gezegd dat ze niet zomaar geld naar haar privérekening kon overmaken of privé kon genieten, en was zij zich bewust van de privé uitgaven die zij deed. [10]
ik heb winst ontvangen en mijn vakantie is betaald door de Stichting [naam stichting 1] . Volgens [medeverdachte 1] kon dit. [11] Zij heeft privégeld in de Stichting geïnvesteerd:
Als er geen reserves waren, ontstonden er gaten waardoor met privé geschoven werd [12] . En:
Ik heb ook veel geld geïnvesteerd. Ik heb leningen afgesloten en rente betaald en vanuit mijn moeder en broer geld gestort. Ik kreeg nog maar 3.000 euro aan salaris. Mijn salaris ophogen was niet nodig want ik kon beter winst nemen. [13] [medeverdachte 1] heeft verklaard:
Er werd veel geld privé geleend door de directie. Hierdoor waren de reserves beperkt. [14] Hoe dan ook, hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] initiatief genomen tot, dan wel over en weer meegewerkt aan betalingen die niet strekten tot het bevorderen van de doelstelling van de Stichting. Of dit nu was door lichtzinnigheid, uit gemakzucht dan wel met de bedoeling om opzettelijk van de vermenging te profiteren – aan de bijzondere verantwoordelijkheid voor het beheer van het financiële belang van de Stichting hebben de verdachten in samenwerking verwijtbaar geen recht gedaan.
[voornaam medeverdachte 1] (rb: [medeverdachte 1] ) deed ook beleid, ook directie. Hij behoorde tot de directie, maar [voornaam verdachte] (rb: [verdachte] ) was eindverantwoordelijke. [voornaam medeverdachte 1] was vaker aanwezig dan [voornaam verdachte] [21] . In hun verklaringen tegenover de Belastingdienst/FIOD benadrukten [verdachte] en [medeverdachte 1] ieder de rol van de ander. [verdachte] heeft willen aannemelijk maken dat zij geheel leunde op [medeverdachte 1] als adviseur. [medeverdachte 1] heeft benadrukt dat hij voor alle besluiten de goedkeuring van [verdachte] moest krijgen. [verdachte] gaf bijvoorbeeld per chat aanwijzingen over betalingen. [22] [medeverdachte 1] heeft verklaard:
[verdachte] wist dat zij betalingen deed vanuit de Stichting die privé waren. Zij ging tegen mijn advies in maar ik deed wel de betalingen. [23] [medeverdachte 1] had ook een bankpas en ontving TAN-codes van betalingen op zijn telefoon. [24] In het dossier bevinden zich vele chatberichten waaruit vooral blijkt dat er, afgezien van momenten van kennelijke onenigheid, bij het doen van betalingen werd samengewerkt en dat keuzes in overleg werden bepaald. [medeverdachte 1] berichtte op 20 november 2016:
Ik heb de kosten van de huisartsenpraktijk geregeld. Jij zou de opbrengstkant regelen. [25] Op 19 augustus 2017 werd een aantal malen heen en weer bericht over betalingen. [verdachte] bericht onder meer:
€ 125.000 is voor mij ik wacht al 1 jaar, waarop [medeverdachte 1] bericht:
Neem morgen 125.000 aub. dan komt alles verder goed. Dan heeft [naam stichting 1] eindelijk afgelost. Hoop ik. [26] .Uit het dossier rijst voor de rechtbank dan ook het beeld op dat zij beiden gedurende de jarenlange ten laste gelegde periode, tot het vertrek van [medeverdachte 1] begin 2018 het samen feitelijk voor het zeggen hadden in de Stichting. Voor zover [verdachte] heeft geprobeerd aannemelijk te maken dat zij afhankelijk was van de inschatting van [medeverdachte 1] of een uitkering aan haar verantwoord was, acht de rechtbank dit onaannemelijk gezien haar positie als bestuurder respectievelijk gevolmachtigde en als een poging om haar rol in strijd met haar verantwoordelijkheid te minimaliseren. Ze heeft ook verklaard:
misschien heb ik de stichting en mezelf teveel als één gezien omdat dat ook vanuit de adviseur werd gezien. Ik had het meer moeten scheiden om te zien van dit is van de stichting en dit is privé. [27]
In dit gesprek, eind 2019 heeft mevrouw [verdachte] toegegeven dat de boekingen in de rekening-courant betrekking hadden op privé uitgaven. Ze had deze uitgaven door de stichting laten betalen, omdat de stichting haar nog veel geld schuldig was.
De heer [medeverdachte 1] zou haar hebben gezegd, dat dit kon en dat hij het later administratief zou regelen. [29] De rechtbank ziet geen aanleiding om deze weergave door de getuige van de uitingen van [verdachte] voor onjuist te houden. Deze sluit ook aan bij de verklaring van de verdachte:
Ik heb het ook niet gezien als privé opnames, maar als winstuitkeringen. Ik had daar recht op, omdat ik heel hard werkte voor het bedrijf en dat maakte dat ik recht had op een winstuitkering.(…)
Het begint bij geld inleveren en op een houtje bijten. Ik had niet eens een auto. Ik was toch ook een keer aan de beurt? [30] De uitingen passen ook bij de rechtvaardiging die de verdediging heeft gegeven voor de onttrekkingen die ze heeft gedaan, namelijk als tegenprestatie voor vorderingen die zij op de Stichting zou hebben. [medeverdachte 1] heeft over de door hem opgestelde jaarverantwoording 2016 verklaard:
Ik geeft toe dat de rekening-courant ontbreekt en dat anderen dus geen goed beeld kregen van het geld wat er was, er was minder door de privé-opnamen. [31] Wat de verdediging bij verweer tegen het vorenstaande heeft ingebracht is zonder nadere onderbouwing met originele stukken niet overtuigend. Dit geldt temeer nu uit het hierna volgende met betrekking tot de verschillende soorten betalingen blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] , teneinde die uitgaven achteraf als (toch) zakelijk gedaan te verantwoorden, ook onjuiste en vervalste gegevens (waaronder vervalste geldleningsovereenkomsten met betrekking tot grote bedragen) hebben aangeleverd.
naarde Stichting gaat niet op, nu – zoals uit het navolgende blijkt – er netto grote bedragen privé zijn onttrokken aan de Stichting zonder dat daar kenbaar terugbetalingen of tegenprestaties tegenover hebben gestaan.
Feit 1 verduistering in dienstbetrekking
ik heb wel gewerkt voor die auto” [46] bevestigt eerder dat het een privé uitgave was.
Feit 2 valsheid in geschrift (overeenkomsten van geldlening [naam stichting 1] en [verdachte] )
Feit 3 Faillissementsfraude
maar 70% vergoedt en dat dat een harde klap is. [70] Ook berichtte zij op die datum aan [medeverdachte 1] dat
ze het bedrijf sluit en dat de betalingen dramatisch gaan. [71]
zou je ook het verlies delen? Als ik failliet zou gaan?en
Belastingdienst zoekt mijen
inspectie zoekt mijen
Pensioenfonds zoekt mijen
Urban interesse zoekt mijen
Personeel zoekt mij. [72] [medeverdachte 1] berichtte op 22 mei 2016:
ik wil graag meedenken en meehelpen om alles overeind te houden. [73]
JC is verleden tijd. team weet het. En schreef [medeverdachte 1] op 30 december 2016 onder andere:
Mooi, betaal dan al die schuldeisers.Ook berichtte [verdachte] aan [medeverdachte 1] op 31 december 2017:
Je hebt NZA op ons afgeroepen en inspectie en beslaglegging en ons in tonnen schuld geduwd. [74]
nu aan de beurt’ was en dat zij recht had op die bedragen. Ze kan zich bovendien als (feitelijk) bestuurder van de Stichting niet verschuilen achter adviezen die zij zou hebben gehad. Zij heeft daarin een eigen zelfstandige verantwoordelijkheid.
Het bieden van begeleiding aan mensen met hulpvragen in het kader van de Wet Maatschappelijke ondersteuning (WMO). Het begeleiden in de thuissituatie van mensen met een geestelijke en/of een lichamelijke handicap en mensen met psychosociale problemen. [79] Het (laten) overmaken van geldbedragen naar haar privérekening valt daar niet onder.
Feit 4 belastingfraude
Feit 5 (gewoonte)witwassen
Witwassen € 122.900,42 (eerste streepje) en € 139.583,85 (tweede streepje).
Witwassen € 70.632,32 (derde streepje)
774.545,41van in totaalEUR
2.875.375,88geheel toebehorende aan Stichting [naam stichting 1] ,
739.205,41en
262.484,27, de werkelijke aard
ende herkomst, heeft verborgen en/of verhuld en/of
6.Verzoek getuigenverhoren
7.Strafbaarheid feiten
8.Strafbaarheid verdachte
9.Motivering straf
10.In beslag genomen voorwerpen
11.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c, 33a, 47, 57, 225, 322, 343 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;
- artikel 69 lid 2 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
13.Bijlage
14.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van tweeënveertig (42) maanden;
twaalf (12) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
drie (3) jaren;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 1:
- 1 STK personenauto [kentekennummer 2] Mercedes-Benz chassisnr. [nummer 1] ;
- 1 STK Personenauto [kentekennummer 1] Mercedes-Benz chassisnr. [nummer 2] ;