Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar.
4.Waardering van het bewijs
Overwegingen vooraf
Met mijn moeder en [voornaam verdachte] (rb: [verdachte] ) ben ik naar de notaris geweest. Daar zijn de statuten besproken. Ik dacht dat er een bepaalde controle moest zijn. Ik zag dit voor me met mijn moeder. [8] (…)
In de statuten staat dat er meerdere bestuurders moeten zijn. Ik heb u net uitgelegd waarom ik dit samen met mijn moeder wilde doen. [voornaam verdachte] heeft tegen mij gezegd dat ik met een volmacht alles kon doen in de alledaagse praktijk van de stichting. [9] Volgens [verdachte] heeft hij ook meerdere keren tegen [medeverdachte 1] gezegd dat ze niet zomaar geld naar haar privérekening kon overmaken of privé kon genieten, en was zij zich bewust van de privé uitgaven die zij deed. [10]
ik heb winst ontvangen en mijn vakantie is betaald door de Stichting [naam stichting 1] . Volgens [verdachte] kon dit. [11] Zij heeft privégeld in de Stichting geïnvesteerd:
Als er geen reserves waren, ontstonden er gaten waardoor met privé geschoven werd [12] . En:
Ik heb ook veel geld geïnvesteerd. Ik heb leningen afgesloten en rente betaald en vanuit mijn moeder en broer geld gestort. Ik kreeg nog maar 3.000 euro aan salaris. Mijn salaris ophogen was niet nodig want ik kon beter winst nemen. [13] [verdachte] heeft verklaard:
Er werd veel geld privé geleend door de directie. Hierdoor waren de reserves beperkt. [14] Hoe dan ook, hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] initiatief genomen tot, dan wel over en weer meegewerkt aan betalingen die niet strekten tot het bevorderen van de doelstelling van de Stichting. Of dit nu was door lichtzinnigheid, uit gemakzucht dan wel met de bedoeling om opzettelijk van de vermenging te profiteren – aan de bijzondere verantwoordelijkheid voor het beheer van het financiële belang van de Stichting hebben zij in samenwerking verwijtbaar geen recht gedaan.
[voornaam verdachte] deed ook beleid, ook directie. Hij behoorde tot de directie, maar [voornaam medeverdachte 1] (rb: [medeverdachte 1] ) was eindverantwoordelijke. [voornaam verdachte] was vaker aanwezig dan [voornaam medeverdachte 1] [20] . In hun verklaringen tegenover de Belastingdienst/FIOD benadrukten [medeverdachte 1] en [verdachte] ieder de rol van de ander. [medeverdachte 1] heeft willen aannemelijk maken dat zij geheel leunde op [verdachte] als adviseur. [verdachte] heeft benadrukt dat hij voor alle besluiten de goedkeuring van [medeverdachte 1] moest krijgen. [medeverdachte 1] gaf bijvoorbeeld per chat aanwijzingen over betalingen. [21] [verdachte] heeft verklaard:
[medeverdachte 1] wist dat zij betalingen deed vanuit de Stichting die privé waren. Zij ging tegen mijn advies in maar ik deed wel de betalingen. [22] [verdachte] had ook een bankpas en ontving TAN-codes van betalingen op zijn telefoon. [23] Op de iPhone 7 die de verdachte in gebruik had zijn 1369 sms berichten met TAN-codes aangetroffen in de periode 16 juni 2014 tot en met 22 augustus 2017 met betrekking tot een ING rekening die de verdachte zelf niet had [24] . [medeverdachte 1] en [verdachte] wisselden ook weleens van bankpas. In het dossier bevinden zich vele chatberichten waaruit vooral blijkt dat er, afgezien van momenten van kennelijke onenigheid, bij het doen van betalingen werd samengewerkt en keuzes in overleg werden bepaald. [verdachte] berichtte op 20 november 2016:
Ik heb de kosten van de huisartsenpraktijk geregeld. Jij zou de opbrengstkant regelen. [25] Op 19 augustus 2017 werd een aantal keren heen en weer bericht over betalingen. [medeverdachte 1] bericht onder meer:
€ 125.000 is voor mij ik wacht al 1 jaar, waarop [verdachte] bericht:
Neem morgen 125.000 aub. dan komt alles verder goed. Dan heeft [naam stichting 1] eindelijk afgelost. Hoop ik. [26] .Uit het dossier rijst voor de rechtbank dan ook het beeld op dat zij beiden gedurende de jarenlange ten laste gelegde periode, tot het vertrek van [verdachte] begin 2018, het samen feitelijk voor het zeggen hadden in de Stichting. [verdachte] heeft gesteld dat hij heeft meegewerkt aan betalingen die hem werden opgedragen. De rechtbank overweegt echter dat de rol van [verdachte] blijkens de betalingen die hij aan zichzelf deed en in privé, en blijkens het hierna bij de afzonderlijke onttrekkingen overwogene, niet louter passief is geweest maar dat hij daadwerkelijk is overgegaan tot betalingen waarvan hij wist dat die niet geoorloofd waren. Zijn stelling ter zitting dat hij geen invloed had op besluiten en deze niet nam, beschouwt de rechtbank als een poging om zijn rol in strijd met de werkelijkheid te minimaliseren [27] Op grond van de feitelijke rolverdeling binnen de Stichting is aannemelijk dat [verdachte] een veel actievere rol had binnen het beleid van de Stichting dan hij wil doen voorkomen en kwam hij in nauwe samenwerking met [medeverdachte 1] tot betalingen en overboekingen.
In dit gesprek, eind 2019 heeft mevrouw [medeverdachte 1] toegegeven dat de boekingen in de rekening-courant betrekking hadden op privé uitgaven. Ze had deze uitgaven door de stichting laten betalen, omdat de stichting haar nog veel geld schuldig was.
De heer [verdachte] zou haar hebben gezegd, dat dit kon en dat hij het later administratief zou regelen. [29] De rechtbank ziet geen aanleiding om deze weergave door de getuige van de uitingen van [medeverdachte 1] voor onjuist te houden. Deze sluit ook aan bij de verklaring van [medeverdachte 1] :
Ik heb het ook niet gezien als privé opnames, maar als winstuitkeringen. Ik had daar recht op, omdat ik heel hard werkte voor het bedrijf en dat maakte dat ik recht had op een winstuitkering.(…)
Het begint bij geld inleveren en op een houtje bijten. Ik had niet eens een auto. Ik was toch ook een keer aan de beurt? [30] [verdachte] heeft over de door hem opgestelde jaarverantwoording 2016 verklaard:
Ik geeft toe dat de rekening-courant ontbreekt en dat anderen dus geen goed beeld kregen van het geld wat er was, er was minder door de privé-opnamen. [31] Wat de verdediging bij verweer tegen het vorenstaande heeft ingebracht is zonder nadere onderbouwing met originele stukken niet overtuigend. Dit geldt temeer nu uit het hierna volgende met betrekking tot de verschillende soorten betalingen blijkt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] , teneinde die uitgaven achteraf als (toch) zakelijk gedaan te verantwoorden, ook onjuiste en vervalste gegevens (waaronder vervalste geldleningsovereenkomsten met betrekking tot grote bedragen) hebben aangeleverd.
Feit 1 verduistering in dienstbetrekking
Die facturen zijn in eerste instantie gemaakt. Ik wist niet van tevoren hoeveel geld er was. Ik heb die facturen gemaakt over het verleden. Maar op een gegeven moment zijn er dus ja, er was gewoon geen geld. Achteraf toen er wel mogelijkheden waren voor betalen heb ik de facturen aangepast en ik heb aangepast de gelden die privé naar mij zijn toegekomen. Die facturen waren niet terecht.
Feit 2 valsheid in geschrift
Feit 3 faillissementsfraude
maar 70% vergoedt en dat dat een harde klap is. [68] Ook berichtte zij op die datum aan [verdachte] dat
ze het bedrijf sluit en dat de betalingen dramatisch gaan. [69]
zou je ook het verlies delen? Als ik failliet zou gaan?en
Belastingdienst zoekt mijen
inspectie zoekt mijen
Pensioenfonds zoekt mijen
Urban interesse zoekt mijen
Personeel zoekt mij. [70] [verdachte] bericht op 22 mei 2016:
ik wil graag meedenken en meehelpen om alles overeind te houden. [71]
JC is verleden tijd. team weet het. En schreef [verdachte] op 30 december 2016 onder andere:
Mooi, betaal dan al die schuldeisersOok berichtte [medeverdachte 1] aan [verdachte] op 31 december 2017:
Je hebt NZA op ons afgeroepen en inspectie en beslaglegging en ons in tonnen schuld geduwd. [72]
sent. Het gaat om drie bedragen, waaronder de hiervoor genoemde € 110.000,00.
Feit 4 belastingfraude
elkgeval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
19.115,41 en- een geldbedrag van EUR 110.000,00 van in totaal EUR 861.115,41
5.Verzoek getuigenverhoren
6.Strafbaarheid feiten
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf
9.In beslag genomen voorwerpen
10.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c, 33, 47, 57, 225, 322 en 344, van het Wetboek van Strafrecht
- artikel 69 lid 2 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
12.Bijlage
13.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van tweeëndertig (32) maanden;
twaalf (12) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzijde rechter later anders mocht gelasten;
drie (3) jaren;
verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit