ECLI:NL:RBROT:2025:4631

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 maart 2025
Publicatiedatum
16 april 2025
Zaaknummer
10/277307-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Wet wapens en munitieArt. 3a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken wetenschap en beschikkingsmacht over cocaïne en vuurwapen in woning

De rechtbank Rotterdam behandelde op 19 maart 2025 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het aanwezig hebben van circa 14.847 gram cocaïne en een vuurwapen in een woning te Rotterdam. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 2,5 jaar, stellende dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de drugs en het wapen.

De verdediging voerde aan dat verdachte geen wetenschap of beschikkingsmacht had over de in een afgesloten keukenkast aangetroffen pakketten cocaïne en het vuurwapen. De rechtbank onderzocht het bewijs, waaronder de vondst van de cocaïne in een afgesloten kast zonder sleutel bij verdachte, de aanwezigheid van stickervellen in een tv-meubel en DNA-sporen van een medeverdachte op een boodschappentas.

De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne of dat hij daarover kon beschikken. Ook was niet bewezen dat verdachte het vuurwapen bij zich had. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van beide tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wetenschap en beschikkingsmacht over cocaïne en vuurwapen in woning.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummer: 10/277307-24
Datum uitspraak: 19 maart 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
niet ingeschreven in de basisregistratie personen,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting gedetineerd
in de [penitentiaire inrichting] ,
raadsvrouw mr. I.K. Oosterveen, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 maart 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. T.T.O. Bakker heeft gevorderd:
  • vrijspraak van feit 2;
  • bewezenverklaring van feit 1;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2,5 jaar met aftrek van voorarrest.

4.De verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit omdat het bij de verdachte ontbrak aan wetenschap en beschikkingsmacht ten aanzien de pakketten cocaïne en het vuurwapen alsook dat hij geen beschikkingsmacht had over deze in een afgesloten keukenkast aangetroffen goederen.

5.Waardering van het bewijs

5.1.
Feit 1
5.1.1.
Standpunt officier van justitie
De wetenschap en beschikkingsmacht bij de verdachte ten aanzien van de aangetroffen pakketten cocaïne (14847 gram) kan wettig en overtuigend worden bewezen. Dit geldt ook voor het tezamen en in vereniging aanwezig hebben daarvan.
De verdachte en zijn [medeverdachte 1] hebben een ongeloofwaardige verklaring afgelegd over hun komst vanuit [geboorteland] en de reden van hun verblijf gedurende enige tijd in Nederland en in de betreffende woning. Er is sprake van een klein appartement. De verdachte en zijn medeverdachte hebben verklaard dat zij gedurende enkele weken nagenoeg constant in de woning hebben verbleven en dat zij met name gebruik hebben gemaakt van de woonkamer en de keuken. In aanmerking nemende dat er in de voorraadkast in de keuken van de woning 15, deels bestickerde pakketten cocaïne verpakt in boodschappentassen werden aangetroffen en dat voorts in het tv-meubel in de woonkamer losse stickervellen zijn aangetroffen (met dezelfde stickers als op de pakketten cocaïne), kan worden aangenomen dat de pakketten cocaïne in de woning werden verpakt en bestickerd, waarna ze verder werden gedistribueerd. Dit blijkt ook uit het feit dat een andere [medeverdachte 2] op 29 augustus 2024 kort achter elkaar tweemaal pakketten cocaïne uit de woning heeft opgehaald. Daarnaast is er DNA-materiaal van de [medeverdachte 1] aangetroffen op de hengsels van een boodschappentas waarin 9 pakketten cocaïne zijn aangetroffen.
Het kan dan ook niet anders zijn dan dat de verdachte de pakketten cocaïne heeft gezien en dus wist van de aanwezigheid van de cocaïne in de woning. Daarnaast kan uit vorenstaande worden afgeleid dat de pakketten cocaïne zich binnen de feitelijke machtssfeer van de verdachte bevonden en dat hij daarover kon beschikken.
5.1.2.
Beoordeling
Vast staat dat er door de politie 15 blokken cocaïne zijn aangetroffen in een voorraadkast in de keuken van de woning waar de verdachte verbleef. Die voorraadkast was tijdens het politieonderzoek in de woning afgesloten en er is geen sleutel van het betreffende slot bij een van de verdachten aangetroffen. Op basis van deze onderzoeksresultaten kan geen wetenschap en beschikkingsmacht van de verdachte ten aanzien van de cocaïne worden aangenomen.
Er zijn ook stickervellen aangetroffen, maar die waren niet eenvoudig zichtbaar, nu deze in een tv-meubel lagen. De aanname dat de cocaïne door de verdachte en zijn medeverdachten in de woning werd verpakt en bestickerd en daarna werd gedistribueerd, acht de rechtbank dan ook niet zonder meer aannemelijk. Hierbij neemt de rechtbank mede in aanmerking, dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de [medeverdachte 2] de blokken cocaïne uit de betreffende woning heeft gehaald nu deze verdachte enige tijd uit het zicht van de politie is geweest. Tot slot geldt dat niet vastgesteld kan worden wanneer het DNA-materiaal van de medeverdachte op de hengsels van de boodschappentas met cocaïne terecht is gekomen. Ook dit kan derhalve niet zonder meer bijdragen aan de vaststelling van wetenschap bij de verdachte omtrent de aanwezigheid van cocaïne in de woning.
Het vorenstaande betekent dat niet kan worden bewezen dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de pakketten cocaïne in de woning noch dat hij daarover kon beschikken.
De rechtbank stelt voorts vast dat er geen bewijs aanwezig is dat de verdachte opzettelijk de blokken cocaïne heeft vervoerd, verstrekt of afgeleverd.
5.1.3.
Conclusie
Feit 1 is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
5.2.
Feit 2, vrijspraak zonder nadere motivering
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat feit 2 niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

6.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en
spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,
mr. J.F. Koekebakker en mr. H.C. van Vuren, rechters,
in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter en de jongste zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 29 augustus 2024 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
opzettelijk heeft vervoerd en/of verstrekt en/of afgeleverd, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 14847 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij op of omstreeks 29 augustus 2024 te Rotterdam
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool, van het merk Les Bear, model 1911 Boss, kaliber 45 ACP en/of
- bijbehorende munitie
voorhanden heeft gehad.