De rechtbank Rotterdam heeft op 9 april 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die samen met anderen betrokken was bij de verlengde invoer van ongeveer 40 kilogram cocaïne. De verdachte gebruikte zijn functie als koelmonteur in de haven van Rotterdam om de drugsinvoer te faciliteren, onder meer door tijdens zijn dienst op de uitkijk te staan en medeverdachten aan te sturen.
Het bewijs bestond onder andere uit communicatie via Signal op een aan de verdachte gekoppelde telefoon, waaruit blijkt dat hij op de hoogte was van de aanwezigheid van cocaïne in een container. De rechtbank achtte de verklaring van de verdachte, dat hij geen wetenschap had, ongeloofwaardig. De verdachte is eerder veroordeeld voor een soortgelijk feit en wordt door de reclassering als gemiddeld recidiverisico ingeschat.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarbij rekening is gehouden met de ernst van het feit, de maatschappelijke impact van cocaïnehandel en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De in beslag genomen telefoons zijn verbeurd verklaard. De rechtbank wees een deels voorwaardelijke straf af, omdat de verdachte geen hulp nodig leek te hebben bij de geadviseerde bijzondere voorwaarden.