ECLI:NL:RBROT:2025:4644
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor toegang maatschappelijke opvang wegens twijfel aan zelfredzaamheid
Verzoekster, geboren in 1982, diende een aanvraag in voor maatschappelijke opvang die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen op grond van vermeende zelfredzaamheid en verwijtbaar handelen. Na een auto-ongeval in 2021 kampt zij met gezondheidsproblemen die haar functioneren beperken. Zij is sinds september 2024 dakloos en heeft tijdelijk opvang gekregen, die abrupt werd beëindigd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster een spoedeisend belang heeft en dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom zij geen beroep kan doen op het vertrouwensbeginsel. Ook is twijfel gerezen over het verwijtbaar handelen van verzoekster en of het college haar zelfredzaamheid zorgvuldig heeft beoordeeld, mede gelet op medische indicaties en neuropsychologisch onderzoek.
Gezien deze omstandigheden en de kwetsbare medische situatie van verzoekster beveelt de voorzieningenrechter het college om haar toegang tot maatschappelijke opvang te verlenen tot twee weken na de beslissing op het bezwaar. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskostenvergoeding aan verzoekster toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoekster krijgt toegang tot maatschappelijke opvang tot twee weken na de beslissing op bezwaar.