ECLI:NL:RBROT:2025:4673

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 april 2025
Publicatiedatum
17 april 2025
Zaaknummer
C/10 /697234 HA RK 25-316
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8 lid 2 Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in bestuurszaak

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de bestuurszaak met nummer ROT 25/1476 behandelde, waarin zij een geschil had met de Korpschef van Politie. Het wrakingsverzoek werd ingediend nadat de rechter op 26 maart 2025 al een einduitspraak had gedaan in de hoofdzaak.

De wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam oordeelde dat het wrakingsverzoek niet ontvankelijk was omdat het doel van wraking, namelijk het voorkomen dat een rechter nog langer bemoeienis met de zaak heeft, niet meer bereikt kan worden nadat een einduitspraak is gedaan. De behandeling van de zaak was daarmee immers beëindigd.

De rechtbank verklaarde verzoekster daarom niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek en wees het verzoek af. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechter al een einduitspraak heeft gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer
zaaknummer: C/10/697234 / HA RK 25-316
Beslissing van 17 april 2025
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster],
wonende te Hoogvliet,
hierna te noemen: verzoekster,
procederend in persoon,
strekkende tot de wraking van
mr. E.J. Rutten,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verzoek van verzoekster strekt tot wraking van de rechter in de bestuurszaak met nummer ROT 25/1476 (hierna: de hoofdzaak). De hoofdzaak betreft een geschil tussen verzoekster en de Korpschef van Politie. Het dossier van de hoofdzaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer.
1.2.
Het verloop van de procedure blijkt verder uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoekster van 1 april 2025.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.2.
Op 26 maart 2025 heeft de rechter in de hiervoor omschreven procedure een uitspraak gedaan. Die uitspraak is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd.
2.3.
Het wrakingsverzoek is op 1 april 2025 door de rechtbank ontvangen. Dat is dus nadat de rechter in de hoofdzaak een einduitspraak heeft gedaan. Hieruit volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoekster is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechter. Verzoekster zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 8, lid 2, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.

3.De beslissing

De rechtbank:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, en mr. J. van den Bos en mr. K.A. Baggerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.C.C. Kan, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.