ECLI:NL:RBROT:2025:4694
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van invoer cocaïne in dragermateriaal
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij de invoer van cocaïne verwerkt in dragermateriaal (metaalgrit) in Nederland in de periode juli-augustus 2023.
Het onderzoek toonde aan dat twee containers met zakken metaalgrit uit Colombia waren aangekomen en bij medeverdachte waren afgeleverd. Hoewel er aanwijzingen waren dat een deel van de lading gecontamineerd was met cocaïne, kon het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) dit niet bevestigen in de aangetroffen zakken. Verder werd een cocaïnewasserij in opbouw aangetroffen, en chatberichten suggereerden betrokkenheid van meerdere verdachten.
De officier van justitie en de verdediging bepleitten beiden vrijspraak vanwege het ontbreken van bewijs. De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte feitelijk zeggenschap had over de containers, er onvoldoende bewijs was dat hij wist van de aanwezigheid van cocaïne. Het enkele feit dat verdachte op zijn telefoon zocht naar 'cocaïnewasserij' en een betaling verrichtte, was onvoldoende om schuld vast te stellen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij invoer van cocaïne.