ECLI:NL:RBROT:2025:4700
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen intrekking primaire besluiten Ziektewet en WIA door UWV
Eiseres, voormalig persoonlijk begeleider, meldde zich ziek en kreeg een Ziektewet-uitkering die per 1 maart 2021 werd beëindigd wegens herstel. Zij diende een verzoek in om herziening van dit besluit, waarbij haar gemachtigde tweemaal een onjuist formulier indiende dat leek te zijn verzonden namens de ex-werkgever. Het UWV trok daarop de primaire besluiten omtrent de Ziektewet en WIA in, omdat deze besluiten onterecht waren genomen.
Eiseres voerde aan dat het UWV bevoegd was en dat een uitlooptermijn toegepast moest worden, maar de rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 30b, tweede lid, ZW het eerste lid niet geldt indien de uitkering door eigen schuld of toedoen van de werknemer ten onrechte is vastgesteld. De onjuiste formulieren leidden ertoe dat het UWV abusievelijk de besluiten nam.
De rechtbank stelde vast dat het UWV de besluiten binnen 2,5 maanden na bekendmaking introk en dat er geen betaling had plaatsgevonden. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Zij kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter M.V. van Baaren op 22 april 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het intrekken van haar Ziektewet- en WIA-uitkeringen door het UWV wordt ongegrond verklaard.