Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 25.000,-
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen van een bedrag van €77.421,80, afkomstig uit oplichting via valse declaraties bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De officier van justitie eiste een geldboete van €25.000 en stelde dat verdachte wist of had moeten vermoeden dat het geld uit een misdrijf kwam, mede door de betrokkenheid van haar dochter bij de zorgonderneming Stad Zorg Haaglanden (SZH).
De verdediging voerde aan dat de vervolging niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de rechtbank verwierp dit standpunt op basis van vaste rechtspraak. Tijdens het bewijsonderzoek bleek echter onvoldoende dat verdachte formeel of informeel betrokken was bij SZH of kennis had van de wijze waarop valse declaraties werden ingediend.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van het vereiste opzet tot witwassen leidde tot vrijspraak. De relatie tussen verdachte en haar dochter, die zorg verleende en sprak over financiële zaken, was onvoldoende om aan te nemen dat verdachte bewust de herkomst van de gelden verborg. De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van het vereiste opzet voor witwassen.