ECLI:NL:RBROT:2025:4771
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens vondst van 2,8 kilo harddrugs
Verzoeker woont in een woning die door de burgemeester van Rotterdam voor drie maanden is gesloten vanwege de vondst van ruim 2,8 kilo harddrugs, grotendeels verstopt achter een losse keukenplint. De politie doorzocht de woning op basis van een anonieme tip en trof diverse drugs aan. Verzoeker betwistte het gebruik van de bestuurlijke rapportage vanwege onrechtmatig verkregen bewijs, omdat de drugs achter de plint volgens strafrechtelijke criteria onrechtmatig waren aangetroffen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestuursrechtelijk gebruik van dit bewijs niet zonder meer verboden is, tenzij het gebruik zodanig onaanvaardbaar is dat het ontoelaatbaar wordt geacht. Gezien de omstandigheden was het verwijderen van de losse plint een beperkte en incidentele handeling, waardoor het bewijs in het bestuursrechtelijk kader mocht worden meegewogen. De burgemeester was bevoegd tot sluiting op grond van de Opiumwet, omdat de hoeveelheid harddrugs ruim boven de handelshoeveelheid lag.
Hoewel de sluiting grote gevolgen heeft voor verzoeker, onder andere door mogelijke impact op zijn werk en reclasseringstoezicht, weegt de ernst van de situatie zwaarder. De voorzieningenrechter acht de sluiting niet onevenwichtig en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak is definitief en bindend voor de voorlopige fase, zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wegens vondst van harddrugs wordt afgewezen.