Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 januari 2025, met producties;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties;
- de conclusie van antwoord in reconventie in incident tevens in de hoofdzaak.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelt een incident in een civiele zaak tussen een man en een vrouw die gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind uitoefenen. De man vordert vervangende toestemming om met het kind naar België te reizen en het Nederlandse paspoort van het kind te verkrijgen. De vrouw verzoekt om de procedure voort te zetten volgens de verzoekschriftprocedure, omdat de vorderingen betrekking hebben op geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening zoals bedoeld in artikel 1:253 lid 1 BW Pro.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen inderdaad als verzoeken bij verzoekschrift hadden moeten worden ingediend en beveelt op grond van artikel 69 Rv Pro de voortzetting van de procedure volgens de regels van de verzoekschriftprocedure. Tevens wijst de rechtbank de proceskostencompensatie toe, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt, conform het uitgangspunt in zaken tussen ex-partners.
De zaak wordt verwezen naar het team familie van de rechtbank, dat zal bepalen hoe de procedure verder wordt voortgezet. De man wordt opgedragen zijn dagvaarding zo nodig aan te passen aan de verzoekschriftprocedure. Dit vonnis is op 23 april 2025 gewezen door rechter J.M.J. Arts.
Uitkomst: De rechtbank beveelt voortzetting van de procedure volgens de verzoekschriftprocedure en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.