ECLI:NL:RBROT:2025:4791
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wegens zelfredzaamheid
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan om toegelaten te worden tot de maatschappelijke opvang, maar het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft deze afgewezen omdat verzoeker zelfredzaam wordt geacht en zelf in zijn onderdak kan voorzien. Verzoeker betwist dit en wijst op gezondheidsproblemen, verslaving en schulden, maar heeft deze niet onderbouwd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld in een spoedprocedure. Het college heeft de maatschappelijke opvang na het verzoek om voorlopige voorziening gecontinueerd tot 24 april 2025, waarmee het spoedeisend belang is erkend. De rechter beoordeelt dat een inwoner alleen in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang als hij niet zelfredzaam is en zijn thuissituatie heeft verlaten.
Uit het dossier blijkt dat verzoeker alleen een huisvestingsprobleem heeft en geen andere hulpvragen heeft gemeld. Het onderzoek van het college is niet onzorgvuldig, omdat verzoeker zijn aanvullende problemen niet heeft onderbouwd. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van het college dat verzoeker zelfredzaam is en zelf onderdak kan vinden.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verzoeker kan in de bezwaarprocedure nadere informatie aanleveren. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat verzoeker zelfredzaam is.