Eiser heeft op 1 november 2022 een aanvraag ingediend voor verlenging van een maatwerkvoorziening bij Praktijk voor Delft. Verweerder heeft een voorziening toegekend voor psychologische zorg van 3 januari 2022 tot 30 juni 2023. Het bezwaar van eiser is ongegrond verklaard en tegen dit besluit is beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd is om onderzoek te doen naar de situatie van eiser, ondanks de bezwaren van de wettelijk vertegenwoordigers die medewerking aan nader onderzoek en het delen van medische informatie hebben geweigerd. De rechtbank stelt dat de verlenging van de voorziening ambtshalve tot 30 juni 2023 eiser niet tekortdoet.
De wettelijk vertegenwoordigers hebben betoogd dat meerdere voorzieningen hadden moeten worden toegekend, maar de rechtbank leest dit niet in de aanvraag en wijst erop dat zij zelf medewerking aan aanvullend onderzoek hebben geweigerd. Klachten over het optreden van verweerder dienen via klachtenprocedures te worden behandeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een schadevergoeding wordt niet toegekend.