ECLI:NL:RBROT:2025:4928
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging Wmo-zorg in natura wegens ontbreken procesbelang
Eiser had een Wmo-arrangement voor ondersteuning in natura toegekend gekregen, bestaande uit sociaal en persoonlijk functioneren en financiële ondersteuning. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam beëindigde deze ondersteuning met ingang van 6 juli 2023 vanwege het niet willen meewerken aan schulddienstverlening.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank moest eerst beoordelen of hij procesbelang had. Volgens vaste jurisprudentie is procesbelang vereist om een beroep inhoudelijk te kunnen behandelen, met name als het gaat om een al verstreken periode.
De rechtbank oordeelde dat het beroep betrekking heeft op een periode die ruimschoots is verstreken en dat eiser geen actueel of reëel belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling, omdat de ondersteuning niet met terugwerkende kracht kan worden verleend en geen toekomstig belang is gebleken. Ook de gestelde schade werd onvoldoende onderbouwd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om griffierechtteruggave en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het Wmo-arrangement wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.