Op 10 februari 2023 vond een beroving plaats in een pand te Rotterdam waarbij de aangever werd beroofd van onder meer een Samsung telefoon. De verdachte werd kort na de beroving in hetzelfde pand aangetroffen, waarbij op een systeemplafondplaat in een toiletruimte de telefoon van de aangever werd gevonden. Hoewel het DNA op de telefoon overeenkwam met dat van een medeverdachte, werd geen DNA van de verdachte aangetroffen.
De officier van justitie vorderde een veroordeling tot jeugddetentie en taakstraf, stellende dat de verdachte voldeed aan het signalement en betrokken was bij de beroving. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat de verdachte betrokken was bij de diefstal met geweld.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel tegen de verdachte was opgelegd. De rechtbank nam geen inhoudelijke beslissing op de schadevordering en veroordeelde de benadeelde partij in de kosten.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer voor strafzaken op 15 april 2025.