AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling medeplegen voorbereiden invoer 1329,5 kg cocaïne Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 22 april 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die wordt beschuldigd van medeplegen van het voorbereiden en bevorderen van de invoer van 1329,5 kilogram cocaïne in Nederland.
De feiten betreffen een illegale uithaalactie op het ECT-terrein in de Rotterdamse haven, waarbij verdachte en medeverdachten in containers werden aangetroffen met onder meer bivakmutsen, handschoenen en mobiele telefoons. Uit chatberichten via SkyECC bleek een nauwe en bewuste samenwerking gericht op het uithalen van de cocaïne uit de container. De verdachte had het opzet op het voorbereiden en bevorderen van deze invoer.
De rechtbank achtte het ten laste gelegde feit bewezen en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en artikel 63 SrPro. De rol van verdachte als uithaler werd als essentieel maar beperkt beoordeeld, en de ernst van het feit en de maatschappelijke impact van cocaïne-invoer werden zwaar meegewogen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Uitspraak
Rechtbank ROTTERDAM
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/255387-22
Datum zitting: 8 april 2025
Datum uitspraak: 22 april 2025
Tegenspraak
[verdachte],
geboren [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres 1].
Advocaat van de verdachte: G.A.J. Purperhart
Officier van justitie: M. Luijpen
Tenlastelegging
De verdachte wordt door de officier van justitie beschuldigd van de voorbereiding van de invoer van een grote partij cocaïne. De volledige beschuldiging houdt in dat de verdachte:
op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2021 tot en met 15 februari 2021 te Rotterdam en/of Rhoon, gemeente Albrandswaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 vanPro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen (waaronder als bedoeld in artikel 1 lid 4 vanPro de Opiumwet) van 1329,5 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn, en/of
zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit, hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s):
in persoon, telefonisch en/of via (SkyECC)chatberichten contacten onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt met betrekking tot het invoeren en/of afleveren en/of uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren van die cocaïne, en/of
geregeld dat er (een) voertuig(en) en/of gereedschap en/of zegels beschikbaar was/waren, en/of
buiten de ECT Delta Terminal op de uitkijk gestaan met als doel de vrachtwagen met de container (met daarin die cocaïne) te volgen en/of klem te rijden als deze het ECT-terrein zou verlaten, en/of
de aankomst en/of de locatie van de container [containernummer 1] gemonitord in het systeem van de ECT en/of informatie uit het systeem van de ECT met betrekking tot de container [containernummer 2] gedeeld met zijn mededader(s), en/of
zich (onbevoegd) op het ECT-terrein aan de [adres 2] te Maasvlakte Rotterdam begeven, en/of
zich op het ECT-terrein opgehouden in container [containernummer 3], en/of
een GPS-tracker geplaatst op de container [containernummer 1] , en/of
één of meer (organisatie)telefoon(s) en/of gereedschap en/of (rederij)zegels en/of bivakmutsen en/of handschoenen en/of een powerbank voorhanden gehad, en/of
geld in het vooruitzicht gesteld (gekregen).
Bewijs
Vordering officier van justitie
De officier van justitie vindt dat het ten laste gelegde feit bewezen kan worden.
Oordeel rechtbank
Bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte:
op 15 februari 2021 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 vanPro de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervoeren en binnen het grondgebied van Nederland brengen van 1329,5 kilogram cocaïne, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
zich en anderen gelegenheid en middelen en inlichtingen tot het plegen van die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en
voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van de hierboven bedoelde feiten, hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(s):
via (SkyECC)chatberichten contacten onderhouden en informatie uitgewisseld en afspraken gemaakt met betrekking tot het invoeren en vervoeren van die cocaïne, en
zich (onbevoegd) op het ECT-terrein aan de [adres 2] te Maasvlakte Rotterdam begeven, en
zich op het ECT-terrein opgehouden in container [containernummer 3], en
(organisatie)telefoon(s) en gereedschap en (rederij)zegels en bivakmutsen en handschoenen en een powerbank voorhanden gehad.
Bewijsmotivering
De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de daarop gebaseerde aanvullende bewijsoverweging. Die bewijsoverweging is voor een deel een reactie is op bewijsverweren van de verdediging.
Op 25 maart 2021 zag ik dat de container [containernummer 2] op 21 december 2020 was geladen in de haven van Santos, Brazilië en dat de container op 22 januari 2021 is (over)geladen op het schip [naam schip], waarna deze vertrokken is naar Rotterdam. Het schip [naam schip] is op 14 februari 2021 om 21:24 uur bij de ECT Delta Terminal aangekomen en de container is op 15 februari 2021 om 04.16 uur gelost op de terminal.
Op 15 februari 2021 zijn in Rotterdam in de container met het nummer [containernummer 2] tijdens het lossen verdovende middelen aangetroffen in plastic zakken. Van 30 plastic zakken is circa 3 gram poederachtige substantie in 30 gripzakjes gedaan die voorzien werden van een unieke SIN-sticker. Het brutogewicht van de pakketten was 1329,5 kilogram.
Als bijlage bij dit proces-verbaal is gevoegd een kopie aanvraagformulier voor analyse door het Douanelaboratorium van de SIN-nummers: [SIN-nummers].
3. Rapport van het Douane Laboratorium, onderzoek naar verdovende middelen [4]
Het Douane Laboratorium ontving een verzegelde plastic zak met daarin plastic zakjes voorzien van SIN-nummers [SIN-nummers]. De plastic zakjes met wit, korrelig materiaal werden onderzocht en het materiaal van alle vermelde SIN-nummers bevatte cocaïne.
4. Proces-verbaal van bevindingen, aanhouding [medeverdachte 1] [5]
Op 15 februari 2021 14:40 uur zagen wij bij Europe Container Terminals (ECT) aan de [adres 2] op de Maasvlakte te Rotterdam halverwege stack 228 [medeverdachte 1] staan met een bivakmuts op. Tijdens de fouillering bleek dat hij een iPhone bij zich had.
5. Proces-verbaal van bevindingen, onderzoek door verbalisanten [6]
Op 15 februari 2021 15:30 uur op de ECT gevestigd aan de [adres 2] te Rotterdam zagen wij in stack 229 dat een container op de eerste verdieping, voorzien van nummer [containernummer 3], open stond.
6. Proces-verbaal van bevindingen, onderzoek door verbalisant [7]
Op 15 februari 2021 is in container [containernummer 3] een drietal verdachten aangehouden.
Ik zag in de container een aantal mobiele telefoons. Tevens zag ik een aantal bivakmutsen en een aantal handschoenen liggen. Verder zag ik dat de container leeg was.
Nadat op 15 februari 2021 meerdere personen waren aangehouden kreeg ik van een douanier een blauwe regenbroek, een plastic zakje met daarin 4 containerzegels en een zwarte rugtas die in het stack waren aangetroffen.
Op 15 februari 2021 werden uithalers aangehouden op het terrein van de ECT Delta terminal te Rotterdam. Bij [medeverdachte 1] werd een Sky ECC telefoon aangetroffen voorzien van imei-nummer [IMEI-nummer 1]. In de directe omgeving van de aangehouden uithalers werden nog eens twee Sky ECC telefoons aangetroffen met de imei-nummers [IMEI-nummer 2] en [IMEI-nummer 3].
De tijdstippen van chats die in het proces-verbaal worden genoemd betreft UTC-tijd. Voor de daadwerkelijke Nederlandse tijd geldt: UTC-tijd +1 uur. Hieronder wordt de inhoud van de chat weergegeven:
2021-02-14 18:38:37
[Sky-ID 4]
Zelfde geldt voor jullie smartphones locatie na half uur op Whatsap sturen even alles testen locatie aan
De tijdstippen van chats die in het proces-verbaal worden genoemd betreft UTC-tijd. Voor de daadwerkelijke Nederlandse tijd geldt: UTC-tijd +1 uur. Hieronder wordt de inhoud van de chat weergegeven:
Iedereen rustig blijven muis stil zet je tel efe uit voor 40min boys
2021-02-15 13:50:14
[Sky-ID 5]
Echt stil zijn
2021-02-15 13:50:22
[Sky-ID 5]
Want die hond gaat zo komend hij is er nu
2021-02-15 13:50:33
[Sky-ID 9]
Oke
2021-02-15 14:04:36
[Sky-ID 3]
En bij ons een straat verder
2021-02-15 14:05:00
[Sky-ID 3]
Douane richting de stack met koplampen
2021-02-15 14:05:02
[Sky-ID 5]
Oke hou jullie ook jullie tels efe uit
2021-02-15 14:05:17
[Sky-ID 3]
Weet niet of ze uitgestapt
2021-02-15 14:05:22
[Sky-ID 5]
Ja ze zijn zoeken drm iedereen muisstil
2021-02-15 14:05:39
[Sky-ID 4]
Even voor paar uurtjes stil blijven
2021-02-15 14:05:48
[Sky-ID 3]
Oké
2021-02-15 14:06:03
[Sky-ID 3]
We kijken recht na die douane auto
2021-02-15 14:06:15
[Sky-ID 7]
Oke doe je bak dicht broer
2021-02-15 14:06:17
[Sky-ID 7]
Beste
2021-02-15 14:06:24
[Sky-ID 4]
Jullie zitten in een bak toch doe m dicht beter
2021-02-15 14:06:30
[Sky-ID 3]
Hoe dicht broer
2021-02-15 14:06:37
[Sky-ID 3]
Van binnen broer
2021-02-15 14:06:48
[Sky-ID 7]
Ja dicht trekken broer
2021-02-15 14:06:48
[Sky-ID 3]
Hij is op kiertje
2021-02-15 14:06:56
[Sky-ID 5]
Oke is goed
2021-02-15 14:07:05
[Sky-ID 5]
Niet iedereen ze tel aanlaten
2021-02-15 14:07:09
[Sky-ID 3]
2hoog broer
2021-02-15 14:07:25
[Sky-ID 4]
Jullie zijn met ze drieën toch ?
2021-02-15 14:07:36
[Sky-ID 3]
Ja met ze drieën
2021-02-15 14:07:49
[Sky-ID 4]
Namen?
2021-02-15 14:07:59
[Sky-ID 3]
[naam 2] [gebruikersnaam 3] en [gebruikersnaam 2]
Bewijsverweren
De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat de verdachte geen opzet had op het voorbereiden/bevorderen van gezamenlijke invoer van verdovende middelen binnen het grondgebied van Nederland. Hij had geen wetenschap van de lading verdovende middelen en het wilsaspect is afwezig. Ook het medeplegen kan niet worden bewezen. Uit het dossier blijkt niet van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten.
Aanvullende bewijsoverweging
Uit de bewijsmiddelen kunnen de volgende feiten en omstandigheden worden afgeleid.
Op 15 februari 2021 worden de verdachte en twee medeverdachten op het ECT-terrein aan de [adres 2] in een container met nummer [containernummer 3] in stack 229 aangehouden. Zo’n drie kwartier daarvoor wordt een medeverdachte aangetroffen in containerstack 228. In de container worden ook meerdere doormidden gebroken telefoons, bivakmutsen en handschoenen gevonden. Ter hoogte van stack 227 wordt een zwarte rugtas aangetroffen met daarin diverse gereedschappen, handschoenen en containerzegels. Bij een van de medeverdachten wordt een powerbank gevonden en bij een andere medeverdachte een doorbroken zegel.
De locaties waar de verdachten zijn aangetroffen, midden op het haventerrein en in elkaars nabijheid, vormen een aanwijzing dat de vier in de haven waren voor een illegale actie. In samenhang met de goederen die de verdachten op hun lichaam droegen of die in hun directe nabijheid zijn aangetroffen, krijgt die illegale actie meer contouren. Het gedrag van de vier wijst sterk in de richting van een uithaalactie die was gericht op in containers bijgepakte goederen.
Daar blijft het niet bij.
Onder een medeverdachte is een iPhone gevonden. Met deze telefoon en de telefoons die in de container zijn aangetroffen, is deelgenomen aan twee groepschats. De telefoon van de medeverdachte had de gebruikersnaam ‘[gebruikersnaam 1]’ en de andere twee telefoons ‘[gebruikersnaam 2]’ en ‘[gebruikersnaam 3]. In die groepschats van 15 februari 2021 wordt gesproken over de zoektocht naar container [containernummer 2]. Een container waarin eerder die dag 1329,5 kilogram cocaïne was aangetroffen.
In de chatberichten worden aanwijzingen en locaties gedeeld waaruit volgt dat de groep op het ECT-terrein actief op zoek was naar de bewuste container, terwijl anderen hen aanstuurden en op afstand faciliteerden. Tussendoor worden foto’s van de container gedeeld en als de lading naar een lege container wordt overgezet wordt aan de leden van de groep ‘25k’ (= € 25.000,-) extra in het vooruitzicht gesteld.
In de chat wordt rond 14:41 uur het vermoeden gedeeld dat ‘[gebruikersnaam 1]’, zou zijn gepakt. ‘[naam 2]’, ‘[gebruikersnaam 3]’ en ‘[gebruikersnaam 2]’ zitten op dat moment verstopt in een ‘bak’, waarvan de deur op een kiertje staat. Ze krijgen de instructie om daar te blijven. In het donker zullen ze verder gaan.
Het tijdstip waarop in de chat melding wordt gemaakt van ‘het gepakt zijn’ van één van de verdachten past bij het tijdstip van de aanhouding van de medeverdachte rond 14:40 uur. Het aantreffen van de verdachte en twee medeverdachten in de container past bij de mededeling in de chat dat ‘[naam 2]’, ‘[gebruikersnaam 3]’ en ‘[gebruikersnaam 2]’ zich na de aanhouding van de verdachte ophouden in een container die op een kiertje staat en bij de instructie dat zij daar moeten blijven zitten. In de chat wordt ook gesproken over een rugtas die iemand zou zijn vergeten. Dit komt overeen met de zwarte rugtas die is aangetroffen in stack 227.
Kort en goed komt het beeld uit de chat bijna naadloos overeen met gebeurtenissen die zich op 15 februari 2021 in de middag in de containerstacks van de Rotterdamse haven ontrolden. Dit bevestigt en onderstreept nadrukkelijk de hiervoor beschreven illegale uithaalactie van de verdachte en zijn medeverdachten. Meer concreet was die uithaalactie gericht op een container [containernummer 2] waarin een grote partij cocaïne zat bijgepakt.
De verdachte en zijn medeverdachten hebben bij die uithaalactie nauw en bewust samengewerkt. Ze zijn één stack bij elkaar vandaan aangehouden, wat al een eerste vermoeden van samenwerking oproept. De gevoerde gesprekken in de chats tussen de telefoons die bij de verdachte en die bij zijn medeverdachten zijn aangetroffen leggen een nog directere link en bevestigen die samenwerking. Uit de chats blijkt bovendien de onderlinge rolverdeling tussen de uithalers, die samenwerken en elkaar afwisselen in de zoektocht, en de personen die hen op afstand aansturen en faciliteren. Ook uit de melding in de chat over de verloren rugzak blijkt hun onderlinge samenwerking.
De verdachte en zijn medeverdachten hebben zich binnen deze nauw en bewust samenwerkende groep ingespannen om een bijgepakte lading uit een container te halen. Zij hebben daarmee bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij daarmee cocaïne zouden uithalen. De verdachte en zijn medeverdachten hadden daarom het opzet op het voorbereiden dan wel bevorderen daarvan. Deze conclusie wordt nog eens versterkt door de chat waarin de uithalers € 25.000,- extra beloning in het vooruitzicht wordt gesteld. Een beloning die heel goed past bij het uithalen van een partij zeer waardevolle partij cocaïne. Dat de verdachte en zijn medeverdachten geen (aannemelijke) verklaring hebben gegeven voor hun handelen kan in dit verband ook niet onbenoemd blijven.
De verweren worden verworpen.
Verboden gedraging en de strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 vanPro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
Straf
Eis officier van justitie
De officier van justitie vindt dat aan de verdachte moet worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden.
Oordeel rechtbank
Ernst en gevolgen van het feit
De verdachte heeft zich samen met anderen als uithaler schuldig gemaakt aan het voorbereiden van de invoer en het verdere vervoer van 1329,5 kilogram cocaïne in de Rotterdamse haven. Met zijn handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de internationale drugshandel. Harddrugs vormen een groot gevaar voor de volksgezondheid. De handel in harddrugs gaat bovendien vaak, direct dan wel indirect, gepaard met andere vormen van (zware) criminaliteit.
De invoer van cocaïne via de Rotterdamse haven is bovendien een ware plaag en zaken waarin (de handel in) cocaïne een (hoofd)rol speelt, vormen een grote belasting voor de strafrechtsketen. Daarnaast leveren de activiteiten rondom deze cocaïnetransporten een enorme kostenpost op voor de havens, de haventerreinen, de bedrijven werkzaam in de containersector, douane, politie en justitie. Ter voorkoming en bestrijding van dit fenomeen worden voor dit type feiten in het algemeen hoge straffen opgelegd, zeker als het om invoer van cocaïne gaat.
Rol van de verdachte
De rol van de verdachte bij de invoer is die van de zogenaamde uithaler. Uithalers halen de in containers bijgepakte cocaïne uit de haven of verplaatsen die naar andere containers, zodat anderen deze later onopgemerkt uit de haven kunnen ophalen.
Deze rol is een hele belangrijke bij het plegen van de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit die de invoer van cocaïne is. De uithalersactiviteiten zijn immers van essentieel belang om het cocaïnetransport goed te laten verlopen en daarmee zijn uithalers een onmisbare schakel in de internationale transportketen van cocaïne. Dat die rol belangrijk is, blijkt ook wel uit de bedragen die verdiend kunnen worden met het uithalen.
Anderzijds is de rol van de verdachte in het geheel beperkt. Het werk van de uithaler is niet meer en niet minder dan de cocaïne voor de eigenaren van die cocaïne uit de haven krijgen. Dat kan een kleine of een grote partij blijken te zijn, hetgeen voor de aard van de werkzaamheden op zich geen groot verschil maakt. Het is een bijzonder risicovolle klus waar andere betrokkenen in de keten hun handen niet graag aan vuil maken.
Persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad van de verdachte van 7 april 2025 blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De verdachte wordt dus als first offenderaangemerkt.
Passende strafGezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Mede gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, vindt de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 16 maanden een passende straf.
Net als de verdediging ziet de rechtbank echter aanleiding om een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Daarbij weegt mee dat de zaak al geruime tijd heeft stilgelegen en deze procesvertraging niet aan de verdachte te wijten is. Het voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10a van de Opiumwet.
Beslissingen in het kort
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf , groot 6 (zes) maanden,niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken.
Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door J.H. Janssen, voorzitter,
en J.C. Tijink en H.J. de Kraker, rechters,
in tegenwoordigheid van J.D. Schmahl, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 22 april 2025.
Voetnoten
1.De vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als in de voetnoot alleen paginanummers worden genoemd wordt verwezen naar ZD Poeroet.