ECLI:NL:RBROT:2025:5001
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking bijstandsintrekking door Stroomopwaarts
Verzoekster kreeg op 24 maart 2025 een besluit van Stroomopwaarts waarbij haar bijstandsuitkering per 5 maart 2025 werd ingetrokken. Hiertegen maakte zij bezwaar en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Op 4 april 2025 trok Stroomopwaarts het besluit in en hervatte de uitkering met terugwerkende kracht.
Nadat verzoekster haar verzoek had ingetrokken, vroeg zij om veroordeling van Stroomopwaarts in de proceskosten. Stroomopwaarts stemde hiermee in. De voorzieningenrechter wees het verzoek toe en bepaalde de proceskosten op € 907,-, gebaseerd op één proceshandeling door de gemachtigde van verzoekster.
Daarnaast werd Stroomopwaarts veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 53,-. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 25 april 2025 door voorzieningenrechter M.G.L. de Vette.
Uitkomst: Stroomopwaarts is veroordeeld tot betaling van € 907,- proceskosten en vergoeding van € 53,- griffierecht aan verzoekster.