Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaar.
4.Waardering van het bewijs
‘Ik heb die malloot in mijn auto laten rijden die ontzettend dronken was.’
‘ik denk ongeveer 10 cocktails in elk geval heel veel.’Zij is zelf zo veel gaan drinken dat ze niet meer tot besturen in staat was, er daarbij van uitgaand dat haar vriend wel zou rijden. De verdachte wist ook dat haar vriend niet in het bezit was van een rijbewijs. Door hem onder deze omstandigheden en in deze toestand in haar auto te laten rijden heeft de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat dit zou leiden tot zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag van haar vriend
te rijden
5.Strafbaarheid feiten
medeplichtigheid aan overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van deze wet;
medeplichtigheid aan overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.