De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Dordrecht verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2014. De zitting vond plaats op 7 maart 2025 met aanwezigheid van de moeder en vertegenwoordigers van de GI. De minderjarige werd gehoord en zijn verhaal besproken.
De moeder heeft het ouderlijk gezag en de minderjarige verblijft momenteel bij een jeugdhulpaanbieder. Eerder waren ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing reeds verleend tot respectievelijk 15 maart 2025. De GI verzocht verlenging van de ondertoezichtstelling voor één jaar en van de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden, met het oog op het belang van de verzorging en opvoeding.
De moeder steunt het verzoek, erkent dat terugkeer nog te vroeg is en werkt mee aan een opbouwschema met ambulante begeleiding. De kinderrechter constateert dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd, dat eerdere woonplaatsen bij ouders niet houdbaar waren en dat de huidige verblijfplaats positieve effecten heeft. Het diagnostisch onderzoek is afgerond maar de resultaten zijn nog onbekend.
Gezien deze omstandigheden acht de kinderrechter verlenging noodzakelijk. De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 15 maart 2026 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot 15 september 2025. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt ook bij hoger beroep.