De eigenaar van een woning te Rotterdam vordert in kort geding de ontruiming van zijn woning die sinds april 2024 door krakers wordt bewoond. De krakers, vertegenwoordigd door een advocaat, stellen zich op het standpunt dat zij rechtmatig gebruik maken van de woning en verzoeken om een gebruikersovereenkomst.
De voorzieningenrechter overweegt dat de eigenaar een spoedeisend belang heeft bij ontruiming vanwege een opgelegde zelfbewoningsplicht en de wens om de woning te slopen en te herontwikkelen. Daarnaast is sprake van overlast door de krakers, zoals geluidsoverlast en afval, wat het belang van de eigenaar versterkt.
Hoewel het huisrecht van de krakers wordt erkend, weegt dit niet op tegen het belang van de eigenaar. De ontruiming wordt bevolen binnen 14 dagen na betekening, met een dwangsom van €1.000 per dag tot maximaal €50.000. De vordering tot machtiging van eigen ontruiming wordt afgewezen, omdat de wet de deurwaarder hiervoor bevoegd stelt. De krakers worden veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.