De zaak betreft de opzegging van een huurovereenkomst door eiseres wegens dringend eigen gebruik van de woning door verhuurder. Gedaagde huurt de woning sinds 2013 en betwist de opzegging. Eiseres baseert haar vordering op een brief van de hypotheekverstrekker die dreigt de hypotheek op te zeggen vanwege het ontbreken van toestemming voor verhuur. Gedaagde stelt dat eiseres de woning wil verkopen en dat er geen sprake is van dringend eigen gebruik.
De kantonrechter stelt dat de lat voor het aannemen van dringend eigen gebruik hoog ligt en dat eiseres haar belangen en financiële positie nader moet onderbouwen. Tevens is duidelijkheid nodig over de intenties van de bank bij voortzetting van de huursituatie of bij eigen gebruik van de woning door eiseres.
Daarnaast wordt eiseres in de gelegenheid gesteld om fiscale verklaringen en recente financiële stukken van haar ondernemingen te overleggen, evenals een onderbouwing van haar vermogenspositie na verkoop van andere woningen. Ook moet zij nadere stukken aanleveren over passende alternatieve woonruimte voor gedaagde.
De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 3 april 2025, waarna gedaagde kan reageren op de ingebrachte stukken. De kantonrechter neemt nog geen inhoudelijke beslissing over de opzegging en de ontruimingstermijn.