ECLI:NL:RBROT:2025:5042

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 maart 2025
Publicatiedatum
25 april 2025
Zaaknummer
11528265 VV EXPL 25-70
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 7:225 BWArt. 237 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming huurwoning wegens vondst verboden chemicaliën en huurachterstand

In deze kort geding procedure heeft Stichting Woonbron de huurder veroordeeld tot ontruiming van de huurwoning te Spijkenisse. De huurder was niet verschenen, waardoor verstek werd verleend. Woonbron stelde dat de huurovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk was ontbonden vanwege de vondst van diverse chemicaliën in de kelderbox die gebruikt kunnen worden voor een verboden product onder de Opiumwet, en de daaropvolgende sluiting van de woning door de burgemeester.

De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van spoedeisend belang en dat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond waren. Daarom werd de huurder veroordeeld om binnen vijf dagen na betekening de woning te ontruimen en de huurprijs inclusief servicekosten van € 636,82 per maand vanaf 1 april 2025 tot ontruiming te betalen. Tevens werd een contractuele boete van € 2.500,- opgelegd.

De proceskosten van € 1.138,21 werden eveneens aan de huurder opgelegd, met wettelijke rente vanaf vijftien dagen na betekening. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning en betaling van huur, boete en proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11528265 VV EXPL 25-70
datum uitspraak: 28 maart 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonbron,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. E. Piepers-Westermeijer,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: Spijkenisse,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Woonbron’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 20 februari 2025, met bijlagen;
  • de publicatie in de Staatscourant van 25 februari 2025.
1.2.
Op 14 maart 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met [persoon A] , sociaal beheerder bij Woonbron, en mr. Piepers-Westermeijer. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van Woonbron volgt dat deze spoed aanwezig is.
2.2.
De eisen worden toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijken (artikel 139 Rv Pro), met dien verstande dat de betaling van de verschuldigde huurprijs wordt toegewezen vanaf 1 april 2025 en de wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf 15 dagen na de betekening van dit vonnis. Het is op basis van de stellingen van Woonbron voldoende aannemelijk dat in een eventuele bodemprocedure wordt geoordeeld dat zij de huurovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden vanwege de vondst van diverse chemicaliën (in de kelderbox van de woning) waarmee een product gemaakt kan worden dat verboden is op grond van de Opiumwet en de daarop volgende sluiting van de woning door de burgemeester. Het is daarom gerechtvaardigd om daar in deze procedure op vooruit te lopen en [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ontruimen.
2.3.
Tot de ontruiming moet [gedaagde] € 636,82 per maand betalen (artikel 7:225 BW Pro). Woonbron heeft dit niet geëist vanaf een bepaalde datum. Aangezien zij de gestelde huurachterstand niet heeft gespecificeerd, zal de kantonrechter de eis toewijzen vanaf de eerste maand na de datum van dit vonnis, namelijk 1 april 2025.
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonbron moet betalen op € 120,21 aan dagvaardingskosten, € 340,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.138,21. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf 15 dagen na de betekening van dit vonnis.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonbron dat eist (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 5 dagen na de betekening van dit vonnis de woning aan het [adres] in Spijkenisse te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Woonbron te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de verschuldigde huurprijs inclusief servicekosten van € 636,82 per maand vanaf 1 april 2025 tot en met de datum van de ontruiming van de woning;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonbron te betalen € 2.500,- aan contractuele boete;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonbron worden begroot op € 1.138,21 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
43416