ECLI:NL:RBROT:2025:5043

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 april 2025
Publicatiedatum
25 april 2025
Zaaknummer
11303006 CV EXPL 24-22958
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling onbetaalde facturen en incassokosten toegewezen aan Zegro-Centrum Rotterdam

Zegro-Centrum Rotterdam vordert betaling van meerdere onbetaalde facturen van de gedaagde, die erkent de facturen te moeten betalen maar wijst op het ontbreken van ondertekende bonnen en kopieën. Tijdens de zitting geeft de gedaagde aan financiële problemen te hebben en biedt zij een betalingsregeling aan, maar verbindt hieraan geen gevolgen in deze procedure.

De kantonrechter wijst de vorderingen van Zegro toe. De onbetaalde facturen zijn voldoende onderbouwd en erkend door de gedaagde. De incassokosten worden toegewezen op grond van artikel 6:96 BW Pro, en de wettelijke rente wordt toegewezen omdat deze niet is betwist. Een reeds betaalde aanbetaling wordt in mindering gebracht.

De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van in totaal € 7.359,39, inclusief rente en incassokosten, en tot vergoeding van de proceskosten van € 1.453,39. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 7.359,39 aan Zegro en tot vergoeding van proceskosten van € 1.453,39, met onmiddellijke uitvoerbaarheid van het vonnis.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11303006 CV EXPL 24-22958
datum uitspraak: 18 april 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Zegro-Centrum Rotterdam B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Mariënbergh Incasso Services B.V.,
tegen
[gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Zegro’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 30 augustus 2024, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de e-mail van Zegro van 25 maart 2025.
1.2.
Op 21 februari 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: de heer [persoon A] en de heer [persoon B] namens Zegro, bijgestaan door haar gemachtigde. [gedaagde] is ook verschenen.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[gedaagde] heeft meerdere bestellingen geplaatst bij Zegro. Zegro heeft hiervoor facturen gestuurd. Deze facturen zijn niet binnen de betalingstermijn betaald door [gedaagde] . In deze procedure vordert Zegro betaling van de facturen, met rente en kosten.
2.2.
[gedaagde] erkent dat zij de facturen moet betalen. Zij benoemt verder dat zij aan Zegro wil meegeven dat zij de bonnen niet heeft ondertekend en ook geen kopie heeft gekregen. Tijdens de zitting heeft zij uitgelegd dat ze dit onderwerp vooral bespreekbaar wil maken, maar er in het kader van deze procedure geen gevolgen aan verbindt. Zij heeft ook uitgelegd dat zij financiële problemen heeft en heeft aangeboden het verschuldigde bedrag in termijnen van € 100,00 per maand te betalen.
2.3.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Zegro toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet in totaal € 7.359,39 betalen aan Zegro
2.4.
[gedaagde] moet € 6.052,43 betalen aan (deels) onbetaalde facturen, voor zover zij deze nog niet heeft betaald. Zegro heeft dit voldoende onderbouwd. [gedaagde] erkent dat zij de facturen moet betalen. De kantonrechter vindt het vervelend voor [gedaagde] dat zij betalingsproblemen heeft, maar dat is geen reden om de eis af te wijzen. [gedaagde] kan zich (opnieuw) tot Zegro wenden om te proberen een betalingsregeling af te spreken.
2.5.
De incassokosten van € 677,62 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
2.6.
De rente wordt toegewezen, omdat Zegro genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De vervallen wettelijke rente is per 30 augustus 2024 € 729,34.
2.7.
In de e-mail van Zegro is verklaard dat [gedaagde] € 100,00 heeft betaald. Deze strekt in mindering op de totale vordering. Het bedrag dat [gedaagde] moet betalen, is dus: € 6.052,43 + € 677,62 + € 729,34 - € 100,00 = € 7.359,39.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Zegro moet betalen op € 116,39 aan dagvaardingskosten, € 524,00 aan griffierecht, € 678,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.453,39. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Zegro dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zegro te betalen € 7.359,39 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 6.052,43 vanaf 31 augustus 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Zegro worden begroot op € 1.453,39 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
64363