Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 december 2024, met bijlagen;
- het mondelinge antwoord;
- de akte van Woonstad, met bijlage.
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurde sinds juli 2023 een bedrijfsruimte in Rotterdam en erkende een huurachterstand van €9.448,30 tot en met februari 2025. De huurovereenkomst is opgezegd per 28 februari 2025 en de bedrijfsruimte is inmiddels opgeleverd.
Woonstad vordert betaling van de huurachterstand en schadevergoeding wegens huurderving tot de oorspronkelijke einddatum van het huurcontract in juli 2028. De kantonrechter wijst de huurachterstand toe en veroordeelt de huurder tot betaling hiervan inclusief rente. De schadevergoeding wegens huurderving wordt verwezen naar een schadestaatprocedure, omdat Woonstad zich moet inspannen om de schade te beperken door een nieuwe huurder te vinden.
De ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming worden niet langer gevorderd, aangezien de huurder zelf heeft opgezegd en de ruimte heeft opgeleverd. De huurder wordt ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en schadevergoeding, met verwijzing naar schadestaatprocedure voor toekomstige huurtermijnen.