ECLI:NL:RBROT:2025:5044

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 april 2025
Publicatiedatum
25 april 2025
Zaaknummer
11462260 CV EXPL 24-32581
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:277 BWArt. 612 RvArt. 237 RvArt. 233 RvArt. 6:119a BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing huurachterstand en verwijzing schadestaatprocedure bij opgezegde bedrijfsruimte

De huurder huurde sinds juli 2023 een bedrijfsruimte in Rotterdam en erkende een huurachterstand van €9.448,30 tot en met februari 2025. De huurovereenkomst is opgezegd per 28 februari 2025 en de bedrijfsruimte is inmiddels opgeleverd.

Woonstad vordert betaling van de huurachterstand en schadevergoeding wegens huurderving tot de oorspronkelijke einddatum van het huurcontract in juli 2028. De kantonrechter wijst de huurachterstand toe en veroordeelt de huurder tot betaling hiervan inclusief rente. De schadevergoeding wegens huurderving wordt verwezen naar een schadestaatprocedure, omdat Woonstad zich moet inspannen om de schade te beperken door een nieuwe huurder te vinden.

De ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming worden niet langer gevorderd, aangezien de huurder zelf heeft opgezegd en de ruimte heeft opgeleverd. De huurder wordt ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en schadevergoeding, met verwijzing naar schadestaatprocedure voor toekomstige huurtermijnen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11462260 CV EXPL 24-32581
datum uitspraak: 18 april 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonstad Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. te Rotterdam,
tegen
[gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam],
wonende te Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert, zonder bijstand van een gemachtigde.
Partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 10 december 2024, met bijlagen;
  • het mondelinge antwoord;
  • de akte van Woonstad, met bijlage.
1.2.
Op 28 maart 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren de gemachtigde van Woonstad mr. J.A. Wesdijk, [gedaagde] en zijn dochter aanwezig.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[gedaagde] huurt sinds 16 juli 2023 de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres] in Rotterdam van Woonstad. De huur bedroeg laatstelijk € 873,26 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand van € 9.448,30 berekend tot en met de maand februari 2025. [gedaagde] erkent de huurachterstand. Ter zitting is gebleken dat de huurovereenkomst met ingang van 28 februari 2025 is opgezegd en dat de bedrijfsruimte inmiddels is opgeleverd door [gedaagde] .
2.2.
Woonstad vordert dat [gedaagde] de huurachterstand betaalt en zij maakt tevens aanspraak op schadevergoeding wegens huurderving ter hoogte van de maandelijkse huurprijs tot aan 15 juli 2028, de expiratiedatum van het huurcontract. De kantonrechter wijst de huurachterstand toe en verwijst de zaak naar de schadestaatprocedure voor wat betreft de gevorderde schadevergoeding wegens gemiste huurtermijnen tot de expiratiedatum van het huurcontract per 15 juli 2028. Hieronder wordt uitgelegd waarom de kantonrechter tot deze beslissing gekomen is.
[gedaagde] moet de huurachterstand van € 9.448,30 betalen
2.3.
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 9.448,30 aan Woonstad te betalen. Partijen zijn het er namelijk over eens dat dit de huurachterstand was op het moment van de zitting. De huur tot en met de maand februari 2025 is daarbij inbegrepen.
2.4.
[gedaagde] is ook aansprakelijk voor de schade van Woonstad over de periode vanaf de opzegging tot de oorspronkelijke einddatum van het huurcontract (artikel 6:277 BW Pro). De omvang van deze schade kan nu nog niet worden begroot, aangezien van Woonstad verlangd wordt dat zij zich inspant om een nieuwe huurder te vinden en op die manier de schade voor [gedaagde] probeert te beperken. Daarom wordt [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet (artikel 612 Rv Pro).
Ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde
2.5.
De kantonrechter leidt uit hetgeen ter zitting is besproken af dat Woonstad de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde ter zitting niet langer vordert. Tijdens de zitting is immers gebleken dat [gedaagde] de huurovereenkomst met ingang van 28 februari 2025 heeft opgezegd en de bedrijfsruimte leeg heeft opgeleverd.
[gedaagde] moet rente betalen
2.6.
De rente van € 2,95 wordt toegewezen, omdat Woonstad genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij grotendeels in het ongelijk wordt gesteld (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonstad moet betalen op € 136,72 aan dagvaardingskosten, € 543,00 aan griffierecht, € 678,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.492,72. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonstad dat vordert en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonstad te betalen € 9.451,25 ter zake van huurachterstand berekend tot en met de maand februari 2025, vermeerderd met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 9.448,30 vanaf 10 december 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om de schade van Woonstad vanaf de beëindiging van de huurovereenkomst tot de expiratiedatum van het huurcontract per 15 juli 2028 te vergoeden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 1.492,72;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
64363