Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[bedrijf B] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 september 2024, met bijlagen;
- het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
- het antwoord in reconventie, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak eiste [bedrijf A] betaling van een factuur van €363,- plus bijkomende kosten van [persoon B] voor boekhoudkundige werkzaamheden. [Persoon B] erkende de overeenkomst maar stelde dat [bedrijf A] de opdracht niet volledig had uitgevoerd en schortte betaling op. Zij stelde een tegeneis in voor vergoeding van kosten van een andere boekhouder.
De kantonrechter oordeelde dat de overeenkomst niet schriftelijk was vastgelegd en dat de inhoud volgens [persoon B] was dat binnen zeven dagen na 20 oktober 2022 een volledige jaarrekening en prognose moesten worden opgeleverd. [Bedrijf A] had slechts een kolommenbalans en een gedeeltelijke prognose geleverd, waardoor de opdracht niet volledig was uitgevoerd.
Omdat [bedrijf A] niet op de zitting verscheen en onvoldoende feiten had gesteld, ging de rechter uit van de stellingen van [persoon B], ondersteund door WhatsApp-correspondentie. De kantonrechter stelde dat [persoon B] niet hoefde te betalen en dat ook geen sprake was van ongerechtvaardigde verrijking. De tegeneis werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van schade.
De proceskosten werden verdeeld: [bedrijf A] draagt de kosten van [persoon B] (€205,-) en [persoon B] draagt de kosten van [bedrijf A] (€82,-). Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de factuur en de tegeneis worden afgewezen; partijen worden veroordeeld in hun eigen proceskosten.