De huurder huurt sinds januari 2023 een sociale huurwoning van Hef Wonen. Hef Wonen vordert ontbinding en ontruiming omdat de huurder geen hoofdverblijf in de woning heeft gehad. De huurder erkent dat de woning voor anderhalf jaar leegstond vanwege financiële problemen en onbewoonbaarheid, maar stelt sinds juli 2024 wel de woning te bewonen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder onvoldoende bewijs heeft geleverd van haar hoofdverblijf. Hef Wonen onderbouwt haar vordering met huisbezoeken, foto’s, een anonieme verklaring van een buurvrouw en laag waterverbruik. De huurder overlegt foto’s en een energierapport, maar kan niet aantonen wanneer de woning daadwerkelijk bewoond werd.
De kantonrechter wijst de verweren van de huurder af, waaronder het argument van onbewoonbaarheid en financiële problemen. De tekortkoming rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst, mede gezien het belang van Hef Wonen dat sociale huurwoningen worden bewoond door de doelgroep. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van proceskosten.