Eiser hield kippen en hanen op zijn perceel en kreeg van het college een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 4:6a van de APV vanwege geluidshinder. De hanen zijn inmiddels verwijderd, maar eiser betwistte de last voor de kippen en voerde aan dat de gebiedstypering en meetmomenten niet representatief waren. De rechtbank oordeelde dat het rapport van DCMR geen onderzoek bevatte naar geluidsoverlast van de kippen en dat het college geen bevoegdheid had om de last voor de kippen op te leggen.
De rechtbank stelde vast dat de geluidmetingen representatief waren en dat de gebiedstypering als landelijk gebied terecht was toegepast. Wel concludeerde de rechtbank dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de kippen geluidsoverlast veroorzaakten, aangezien het meetrapport alleen geluidsoverlast door hanen betrof. Hierdoor werd het bestreden besluit 1 vernietigd voor zover het de kippen betreft, en ook het bestreden besluit 2 werd vernietigd omdat dit alleen de last voor de kippen betrof.
Het primaire besluit werd herroepen voor zover het betrekking had op de kippen. De rechtbank bepaalde dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde besluiten. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De last voor de hanen blijft ongewijzigd gehandhaafd.