Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam bedrijf],
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 juli 2023, met bijlagen;
- de akte van Wilvicto van 11 juni 2024, tevens inhoudende een wijziging van eis;
- het antwoord van [gedaagde] van 9 juli 2024;
- de brief van Wilvicto van 18 oktober 2024, met één bijlage;
- de akte van [gedaagde] van 24 oktober 2024, met productie 1;
- de akte van [gedaagde] van 24 oktober 2024, met productie 2;
- de rolbeslissing van 27 december 2024;
- de repliek van Wilvicto van 26 november 2024, binnengekomen ter griffie op 6 januari 2025, met één bijlage;
- de brief van [gedaagde] van 20 januari 2025;
- de dupliek van [gedaagde] van 18 februari 2025.
2.De beoordeling
Beste [gedaagde] , we hebben elkaar net telefonisch gesproken inzake de huurachterstand van [adres] . Ik heb aangegeven dat ik jouw situatie begrijp maar een huurachterstand van meer dan 12 maanden onacceptabel vind, dit staat niet in verhouding tot jouw onzekerheid die wordt veroorzaakt door de verhalen dat jij weg moet. Ik wil jou tegemoet komen door tijdelijk de huur te halveren tot er duidelijkheid is over de erfpacht. Dit uitsluitend onder de voorwaarden dat jij de huurachterstand van meer dan 12 maanden binnen enkele weken hebt ingelost en niet weer oploopt. […] Als je akkoord bent blijft het restant nog altijd opeisbaar, daar spreken we dan een regeling voor af.’
Hallo [gedaagde] , nog 1 x 3500 dit jaar, dan ben je je afspraak nagekomen’. De kantonrechter kan uit dit bericht niet afleiden wat de inhoud is van de afspraak waarover wordt gesproken en al helemaal niet dat het gaat om een afspraak tussen partijen dat er geen huur meer betaald zou hoeven worden. Gelet op de gemotiveerde betwisting door Wilvicto en – meer specifiek – de inhoud van het whatsappbericht van 27 april 2020 waarin Wilvicto expliciet aangeeft dat de huurachterstand nog afbetaald moet worden en hij, juist om [gedaagde] daarvoor (financieel) wat meer ruimte te geven, aanbiedt de huur te halveren, had het op de weg van [gedaagde] gelegen om zijn stelling nader te onderbouwen. [gedaagde] heeft dit niet gedaan. Daarbij strookt de stelling van [gedaagde] dat hij vanaf 2021 geen huur meer hoefde te betalen ook niet met zijn betaalgedrag in 2021. De kantonrechter leidt uit het overzicht van de huurachterstand en de whatsappberichten tussen partijen af dat [gedaagde] in 2021 wel degelijk huur aan Wilvicto heeft betaald. Uit diezelfde whatsappberichten blijkt ook dat Wilvicto in 2021 regelmatig aan [gedaagde] heeft gevraagd of hij de huur kon betalen en dat [gedaagde] daarop nooit heeft gereageerd dat hij deze (in het kader van de gestelde afspraak) niet hoefde te betalen.