Op 18 juni 2022 pleegde de verdachte samen met zijn broer openlijk geweld op het terras van restaurant De Beren in Rotterdam. De geweldshandelingen betroffen zowel personen als goederen, waaronder het gooien van een glas, duwen tegen het lichaam van een medewerkster, slaan van een telefoon en vernieling van terrasmeubilair.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte een voldoende significante bijdrage leverde aan het geweld, waardoor hij schuldig werd bevonden. Echter, bepaalde geweldshandelingen zoals achter personen aanrennen en het slaan op een auto konden niet wettig en overtuigend worden bewezen en werden vrijgesproken.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met het beperkte aandeel van de verdachte, het feit dat het incident bijna drie jaar geleden plaatsvond, zijn spijtbetuiging, het ontbreken van eerdere veroordelingen en zijn huidige psychische en fysieke beperkingen. Daarom werd besloten geen straf of maatregel op te leggen conform artikel 9a Sr.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 28 april 2025.