ECLI:NL:RBROT:2025:5089

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 mei 2025
Publicatiedatum
28 april 2025
Zaaknummer
11519942 CV EXPL 25-1973
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BWArt. 233 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing beperkte vordering wegens onbetaalde energiefacturen

Eneco heeft een overeenkomst tot levering van energie met gedaagde gesloten. Eneco stelde dat gedaagde facturen ter hoogte van €14.124,50 niet had betaald, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente, totaal €16.000,97. Om proceseconomische redenen beperkte Eneco haar vordering tot €500, met voorbehoud van het meerdere.

Gedaagde heeft, ondanks herhaalde gelegenheid, niet inhoudelijk op de vordering gereageerd. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de vordering en wijst het beperkte bedrag van €500 toe, inclusief incassokosten en rente vanaf 24 januari 2025.

De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd en begroot op €395,35. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat Eneco direct tot executie kan overgaan. Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €500 met rente en proceskosten aan Eneco.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11519942 CV EXPL 25-1973
datum uitspraak: 2 mei 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Eneco Services B.V., h.o.d.n. ‘Eneco’, als gevolmachtigde van Eneco Consumenten B.V. (voorheen genaamd Eneco Retail B.V.), Eneco Warmte en Koude Leveringsbedrijf B.V. en Stedin Netbeheer B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde] .,
vestigingsplaats: [plaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Eneco’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 24 januari 2025, met bijlagen;
  • de mail van [gedaagde] van 4 februari 2025 waarin zij verzoekt om uitstel voor het indienen van de conclusie van antwoord.
1.2.
[gedaagde] heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Partijen hebben met elkaar een overeenkomst gesloten op basis waarvan Eneco aan [gedaagde] energie heeft geleverd. Eneco stelt dat [gedaagde] de facturen daarvan ter hoogte van € 14.124,50 niet heeft betaald. Omdat zij de facturen niet op tijd heeft betaald, maakt Eneco ook aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten van € 903,52 en de wettelijke handelsrente die tot 24 januari 2025 € 972,95 bedraagt. Volgens Eneco is [gedaagde] een bedrag verschuldigd van in totaal € 16.000,97, met verdere rente en proceskosten. Eneco heeft in deze procedure haar vordering om proceseconomische redenen
echter beperkt tot € 500,-, onder reservering van haar rechten met betrekking tot het meerdere.
2.2.
[gedaagde] heeft, hoewel haar daartoe nader de gelegenheid is geboden, niet inhoudelijk gereageerd op de vordering, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat deze juist is. Gelet op de (beperking van de) vordering van Eneco wordt een bedrag van € 500,- aan hoofdsom, incassokosten en verschenen rente toegewezen onder reservering van het meerdere.
Proceskosten
2.3.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Eneco moet betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 150,- aan griffierecht, € 82,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 395,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Eneco dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Eneco te betalen € 500,- met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over dat bedrag vanaf 24 januari 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Eneco worden begroot op € 395,35;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
53954