ECLI:NL:RBROT:2025:5105

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 april 2025
Publicatiedatum
28 april 2025
Zaaknummer
11597161 VV EXPL 25-156
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 RvArt. 139 RvArt. 555 lid 1 RvArt. 502 lid 1 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning met toewijzing schadevergoeding en proceskosten in kort geding

In een kort geding procedure vordert Primmo B.V. de ontruiming van een woning die door gedaagde wordt bewoond. Gedaagde verschijnt niet tijdens de mondelinge behandeling, waarna verstek wordt verleend. De rechtbank oordeelt dat de spoedeisendheid aanwezig is en de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn.

De gevorderde ontruimingstermijn van twee dagen wordt afgewezen en vervangen door de wettelijke minimale termijn van drie dagen zoals bedoeld in artikel 555 lid 1 Rv Pro, omdat Primmo niet heeft verzocht om een kortere termijn en dit niet heeft gemotiveerd. De gevorderde dwangsom wordt eveneens afgewezen omdat onvoldoende is toegelicht waarom deze noodzakelijk is; Primmo kan immers een deurwaarder inschakelen.

De schadevergoeding wordt toegewezen tot en met de dag van ontruiming, gelijk aan de huurprijs van €1.134,10 per maand, vermeerderd met wettelijke rente. De vergoeding voor de periode na ontruiming wordt afgewezen wegens gebrek aan motivatie. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd en begroot op €933,21. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen, betaling van schadevergoeding tot ontruimingsdag en proceskosten; dwangsom wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11597161 VV EXPL 25-156
datum uitspraak: 18 april 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
PRIMMO B.V.,
statutaire vestigingsplaats: Oss,
eiseres,
gemachtigde: mr. L.A.A. Steehouwer,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Spijkenisse,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Primmo’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 2 april 2025, met bijlagen I tot en met XII;
  • de mondelinge behandeling op 15 april 2025.

2.De beoordeling

2.1.
De kantonrechter verleent verstek tegen [gedaagde]. [gedaagde] is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij zijn oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en formaliteiten zijn gevolgd.
2.2.
Een vordering in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van Primmo volgt dat deze spoed aanwezig is.
2.3.
De vorderingen worden toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijken (artikel 139 Rv Pro), met inachtneming van het volgende. De ontruimingstermijn wordt, in afwijking van de gevorderde twee dagen, gesteld op de wettelijke minimale beveltermijn voor een ontruiming van drie dagen (artikel 555 lid 1 Rv Pro). Primmo heeft strikt genomen namelijk niet gevraagd om die termijn op grond van artikel 502 lid 1 Rv Pro te verkorten en ook niet uitgelegd waarom zij een kortere dan de wettelijke termijn vordert. Verder wordt de vordering om de veroordeling tot ontruiming te versterken met een dwangsom ook afgewezen, omdat Primmo onvoldoende heeft uitgelegd waarom die dwangsom nodig is. Als [gedaagde] de woning niet vrijwillig verlaat, kan Primmo immers een deurwaarder inschakelen om de woning gedwongen te laten ontruimen. Tot slot wordt de gevorderde schadevergoeding, die gelijk is aan de huur die Primmo voor de woning vraagt, toegewezen tot en met de dag waarop de woning is ontruimd. Primmo heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] schadevergoeding moet betalen voor de rest van de maand die volgt op de dag waarop de woning is ontruimd.
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Primmo moet betalen op € 120,21 aan dagvaardingskosten, € 135,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 933,21. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Primmo dat vordert (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als [gedaagde] daartegen in verzet komt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning aan het adres [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van Primmo te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Primmo te betalen € 1.134,10 per maand aan schadevergoeding met ingang van de maand december 2024 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de eerste dag van de betreffende maand tot en met de dag van algehele betaling;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Primmo worden begroot op € 933,21;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken.
38671