Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 april 2025, met bijlagen I tot en met XII;
- de mondelinge behandeling op 15 april 2025.
Rechtbank Rotterdam
In een kort geding procedure vordert Primmo B.V. de ontruiming van een woning die door gedaagde wordt bewoond. Gedaagde verschijnt niet tijdens de mondelinge behandeling, waarna verstek wordt verleend. De rechtbank oordeelt dat de spoedeisendheid aanwezig is en de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn.
De gevorderde ontruimingstermijn van twee dagen wordt afgewezen en vervangen door de wettelijke minimale termijn van drie dagen zoals bedoeld in artikel 555 lid 1 Rv Pro, omdat Primmo niet heeft verzocht om een kortere termijn en dit niet heeft gemotiveerd. De gevorderde dwangsom wordt eveneens afgewezen omdat onvoldoende is toegelicht waarom deze noodzakelijk is; Primmo kan immers een deurwaarder inschakelen.
De schadevergoeding wordt toegewezen tot en met de dag van ontruiming, gelijk aan de huurprijs van €1.134,10 per maand, vermeerderd met wettelijke rente. De vergoeding voor de periode na ontruiming wordt afgewezen wegens gebrek aan motivatie. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd en begroot op €933,21. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen, betaling van schadevergoeding tot ontruimingsdag en proceskosten; dwangsom wordt afgewezen.