Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De standpunten
3.De beoordeling
4.De beslissing
- stelt aan tot curator:
- geeft last aan de curator tot het openen van aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Rechtbank Rotterdam
Bij vonnis van 18 augustus 2022 werd de wettelijke schuldsaneringsregeling toegepast op de schuldenaar. De bewindvoerder verzocht op 16 maart 2025 de rechter-commissaris om tussentijdse beëindiging van de regeling vanwege een tekortkoming in de afdrachtverplichting, met een boedelachterstand van €6.520,05.
De tekortkoming ontstond doordat de schuldenaar privégebruik maakte van een auto van de zaak, wat fiscale bijtelling veroorzaakte die uit het vrij te laten bedrag betaald moest worden. Tevens woonde de schuldenaar met zijn partner in een dure huurwoning zonder voldoende inspanningen te tonen voor een goedkopere woning. De schuldenaar stelde dat zijn dossier onvolledig was en dat hij zich had ingeschreven bij een woningbouwvereniging en de auto nodig had vanwege medische redenen, maar dit werd onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen, mede gelet op eerdere waarschuwingen en het verhoor bij de rechter-commissaris. De enkele inschrijving bij de woningbouwvereniging en één woningadvertentie waren onvoldoende om te spreken van maximale inspanning.
De rechtbank beëindigde de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro, stelde het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal €4.917,30 en benoemde een rechter-commissaris en curator. Tevens werd een postblokkade ingesteld. Er is sprake van faillissement van rechtswege zodra het vonnis in kracht van gewijsde treedt.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens toerekenbare tekortkomingen in de afdrachtverplichting.