De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige tot 17 oktober 2025, nadat eerdere machtigingen waren verleend. De minderjarige verbleef sinds november 2024 op een crisisgroep in Borculo, maar deze plek werd door alle betrokkenen als niet passend beschouwd. De Raad en de gecertificeerde instelling (GI) stelden dat plaatsing bij Fier het meest in het belang van de minderjarige was, hoewel de motivatie van de minderjarige hiervoor ontbrak.
De moeder en stiefvader erkenden de problematiek en waren bereid tot hulpverlening, maar wilden geen plaatsing bij Fier en stelden dat zij zelf passende hulp konden bieden. De minderjarige gaf aan thuis te willen wonen en niet naar Fier te willen. De kinderrechter constateerde dat de situatie complex is, maar dat er onvoldoende noodzaak is voor verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing omdat er geen concrete motivatie is voor plaatsing bij Fier en er geen passend plan van aanpak is.
De kinderrechter wees het verzoek af en benadrukte dat passende hulpverlening noodzakelijk is en dat de moeder en stiefvader het belang van de minderjarige moeten blijven vooropstellen. De mogelijkheid tot hernieuwd verzoek tot machtiging blijft open bij verandering van omstandigheden.