De kinderrechter van de rechtbank Rotterdam behandelde op 14 april 2025 het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2017. De minderjarige verblijft sinds 2022 bij zijn pleegmoeder, tevens oma vaderszijde, en de ouders hebben het ouderlijk gezag.
De GI verzocht om verlenging van beide maatregelen voor de duur van een jaar, omdat de emotionele ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door het problematische contact met de moeder. De moeder is sinds augustus 2024 niet bereikbaar en zegt regelmatig bezoekafspraken af, wat leidt tot onrust en stress bij de minderjarige. De vader en pleegmoeder ondersteunen het verzoek en bevestigen de zorgen.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke grond voor ondertoezichtstelling is vervuld en dat de bedreiging van de ontwikkeling vooral samenhangt met het contact met de moeder. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer en hulpverlening blijft noodzakelijk. De machtiging tot uithuisplaatsing bij de pleegmoeder wordt eveneens verlengd, waarbij wordt vastgesteld dat terugplaatsing bij de moeder niet langer wordt nagestreefd.
De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en er is een persoonlijke brief aan de minderjarige toegevoegd om hem te ondersteunen in de moeilijke situatie. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.